Vrijdag 17 Mei 2013 om 20:12
Het verschil tussen lobby en nepotisme
Iedereen lobbyt. Lobbyen is het proberen sympathie te krijgen voor je (politieke) standpunt. Goede, ervaren lobbyisten kennen de mensen die ze moeten spreken, kennen de achtergrond van de politieke discussies, de onderwerpen, en zijn ervaren in hoe ze een boodschap moeten verpakken. Ervaren lobbyisten hebben dan ook ontegenzeggelijk een voorsprong op anderen in het bereiken van politici.
Goede lobbyisten zijn een zegen voor de democratie. Ze voegen kennis toe, overzien het speelveld, en kunnen politici helpen bij het maken van een afweging. Goede lobbyisten denken daarbij ook aan hun eigen reputatie; als je bij politici de indruk wekt dat je ze op wat voor manier dan ook niet eerlijk voorlicht, willen ze een volgende keer niet meer met je praten.
Maar hebben lobbyisten daarmee macht? De uiteindelijke beslissing over onderwerpen worden genomen door de politici zelf. En zij moeten zich verantwoorden. Het blijft de verantwoordelijkheid van politici om de inzet van lobbyisten te doorgronden, en zelf een afweging te maken. Transparantie hoort daarbij; goede lobbyisten en goede politici kunnen ten alle tijden uitleggen waar ze voor staan, en waarom ze bepaalde keuzes maken. Reputatie is alles; blind lobbyisten volgen is voor politici al even onverstandig als het voor lobbyisten is om proberen politici om te kopen. In beide gevallen weet je dat het ten koste gaat van je eigen functioneren.
Hoewel het uiteindelijke doel van lobby is om gedragingen van de overheid te veranderen, is een lobby gericht op het veranderen van het beleid van de overheid. Het gaat om het politieke spel.
Anders is dat bij clientelisme zoals dat nog steeds in sommige delen van Nederland bestaat. Het in achterkamertjes beinvloeden van gedragingen van de overheid, bijvoorbeeld door afspraken te maken over het verdelen van geld, invloed en macht, in ruil voor politieke steun, is weliswaar belangenbehartiging, en kan lijken op lobby, maar is dat niet.
Bij een lobby is er sprake van uitruil van gedachten; bij clientalisme uitruil van macht. Lobby is een essentieel onderdeel van de democratie, nepotisme en clientelisme helpen juist de democratie om zeep.
In mijn tijd in Feijenoord werd ik geconfronteerd met een samenspel van bepaalde partijgenoten, bewonersorganisaties en opbouwwerkers die van oudsher gewend waren macht, geld en baantjes onder elkaar te verdelen. De bewonersorganisaties, oud, blank en overwegend boos en teleurgesteld, waren de band met de rest van de inwoners weliswaar helemaal kwijt, maar bleven vasthouden aan even kostbare als nutteloze inspraakprocedures die er vooral op gericht waren hun macht te bestendigen. Ik heb geprobeerd daar wat aan te doen door de subsidies aan bewonersorganisaties op basis van hun activiteiten toe te kennen en het opbouwwerk zo in te richten dat het alle bewoners van de Deelgemeente ten goede kwam.
Het werd me niet in dank afgenomen en ik ben weggestuurd. En de huidige situatie? Dat Turkse bewoners van de deelgemeente proberen iets voor elkaar te krijgen is toe te juichen. Dat steeds meer Nederlanders van Turkse afkomst voor een politieke carrière kiezen is is prima. Zelfs als ze betrokken zijn bij hun achterban. Maar het mag niet leiden tot een situatie zoals ik die aantrof in 2006, waar in de achterkamertjes geregeerd wordt, maar dan door anderen. Of dat aan de orde is, kan ik vanuit Den Haag en Brussel, waar ik nu vooral mijn tijd doorbreng, moeilijk beoordelen, maar het is goed dat er onderzoek naar gedaan wordt.






Op het PvdA-congres van vorige week werd aan het einde traditiegetrouw De Internationale gezongen. Omdat niet iedereen de tekst kent, werd die op een groot scherm geprojecteerd, maar helaas met fouten. Omdat ik als kind in een ketel met socialisme ben gevallen (volgens sommigen ben ik er aan mijn hiel in ondergedompeld) ken ik de tekst uit mijn hoofd en vielen me de foutjes meteen op.
Laten we als voorbeeld eens een school in Leiden nemen. De meeste ouders brengen hun kinderen lopend of met de fiets naar school, en sommigen met de auto. De meesten daarvan zoeken een parkeerplek, maar anderen parkeren dubbel of stoppen midden op de weg om hun kinderen af te zetten. Ergerlijk en asociaal. Maar begrijpelijk, want de dag is kort, de baas is streng en er is veel werk.
Vandaag ben ik eindelijk weer eens naar een discussiebijeenkomst geweest van de PvdA. Over de inrichting van het lokaal bestuur, en georganiseerd door het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA, waar ik geen lid meer van ben, dus ik was er als verstekeling. Goed dat deze discussies gehouden worden. Het ging over de nota
Vanochtend stond een aardig stripverhaaltje in Trouw naar aanleiding van de uitstekende resultaten die de komiek Beppe Grillo behaalde bij de Italiaanse verkiezingen: roepen dat het allemaal niets is leverde hem veel stemmen op. Moeilijker is het om met een alternatief te komen, en nog moeilijker is het om vervolgens dingen voor elkaar te krijgen. Vooral is het tragisch dat als je dingen voor elkaar wil krijgen en je dan wat gaat doen, je ook mensen tegen je in het harnas kan jagen.
Eén van de aardige verhalen die ik wel eens vertel over mijn tijd in Feijenoord is het volgende: na de oplevering van het Afrikaanderplein hadden we met de omwonenden afgesproken dat er geen auto's geparkeerd zouden worden. Het gaf teveel onrust, het kan makkelijk een zootje worden, en omdat er allemaal paaltjes en hekjes en zo staan, is de kans op beschadigingen groot. Toen de naburige moskee naar me toekwam met het voorstel om daar auto's te laten parkeren, heb ik dat verzoek dan ook afgewezen. Toen er steviger argumenten werden gebruikt (overigens niet door het moskeebestuur zelf) die potentieel ook mijn politieke en persoonlijke toekomst raakten, motiveerde me dat niet extra om aan de wensen van de Moskee tegemoet te komen. Ook door anderen werd flinke druk uitgeoefend, en daarover gaat de anekdote; ik was met mijn gezin onderweg naar Bordeaux, en nog voor Antwerpen werd ik gebeld met het verzoek akkoord te gaan met de ontheffing op het parkeerverbod. Een stevig gesprek volgde. Pas na Parijs zei de stem aan de andere kant van de lijn "en als je het niet doet, ben je gewoon een (...)", en verbrak de verbinding, waarop direct een stemmetje van de achterbank zei "waarom zegt die mijnheer dat, papa?".