Woensdag 29 Juni 2011 om 09:53

Wetsvoorstel 31 571: Het verval van democratische rituelen

Gisteren is dan het geamendeerde Voorstel van wet van het lid Thieme tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten, zoals het officieel heet, aangenomen door de Tweede Kamer.

Of er nu daadwerkelijk minder dieren onverdoofd geslacht gaan worden valt te bezien. De Eerste Kamer moet zich er nog over buigen, en die hebben veel redenen om de wet af te wijzen. Als ze dat niet doen, heeft altijd de Regering nog een eigen verantwoordelijkheid, en kunnen zij hun goedkeuring aan de wet onthouden.

Maar zelfs als de wet ondertekend wordt, is de mogelijkheid dat dieren onverdoofd ritueel geslacht kunnen blijven worden. In de laatste dagen voor de stemming is door D66, GroenLinks, VVD en de PvdA (Bart Tromp zei me dat ik mijn lidmaatschap niet op moest zeggen, omdat er altijd een betere reden voor komt. Daar moeten ze nu wel erg goed hun best voor doen) in het diepste geheim gewerkt aan een gewijzigd amendement. Hierdoor is niet alleen de wetsvoorstel 31 571 aanmerkelijk gewijzigd, maar ook het amendement waar uitgebreid over gediscussieerd is tijdens de behandeling in de kamer.

Er was geen Kamermeerderheid die dit in het geheim voorbereide amendement wilde bespreken. Ook de reactie van het Kabinet, een paar uur voor de stemming, wilde een kamermeerderheid niet bespreken. Niet alleen onfatsoenlijk en in tegenspraak met de politieke mores tot nu toe, maar ook onzorgvuldig. Het is nu bij velen niet bekend hoe de wet eruit komt te zien, en hoe de wet zich verhoudt tot de vorige versie.

In ieder geval drie verbeteringen zijn relevant. Ze hebben allebei te maken met de gronden waarop vrijstelling verleend kan worden om alsnog dieren ritueel (en dus zonder aparte verdoving) te slachten. Ten eerste is er geen sprake meer van omgekeerde bewijslast: de geloofsgemeenschappen hoeven niet meer te bewijzen dat hun methoden beter zijn. Ten tweede gaat het om het aannemelijk maken dat dierenwelzijn net zo "goed" geregeld is, en niet, zoals in de vorige versie, dat er sprake is van minder dierenleed. Leed is immers, net als "geluk" of "liefde" of "verdriet" niet te meten. Al helemaal niet bij dieren. Ten derde wordt daarbij naar het hele proces gekeken: niet alleen naar de slachtmethoden zelf. Ik denk dat nu al het hele proces van de rituele, individuele slacht minstens net zo diervriendelijk is als de industriele, en heb er alle vertrouwen in dat het Ministerie, dat een AMvB moet gaan maken om dit allemaal te regelen, dit ook zal inzien. De wet die met het amendement-Van Velhoven gewijzigd is, leidt dus niet automatisch tot meer dierenwelzijn.

Opmerkelijk genoeg was er een ander amendement, dat daar wel voor had kunnen zorgen. Henk Jan Ormel heeft samen met zijn collega's van SGP en CU een amendement geschreven waar een aantal harde voorwaarden in stond, waaronder rituele slacht kon plaatsvinden. Zo stond er een voorstel voor het aantal seconden dat moet liggen tussen de halssnede en het verlies van bewustzijn, maar ik ben er van overtuigd dat als de andere partijen hierover de dialoog waren aangegaan met het CDA en de geloofsgemeenschappen, er verdere voorwaarden voor verbeterd dierenwelzijn in hadden kunnen komen te staan. Een wet die met het amendement-Ormel aangenomen zou zijn, zou tot verbetering van dierenwelzijn geleid hebben.

De onwil van de SP, GL, D66, VVD, PvdA, PVV en D66 om met Ormel tot een vergelijk te komen en de onwil om over het amendement in het openbaar te spreken en ongetwijfeld tot dezelfde conclusie te komen is alleen te verklaren vanuit het grootste verschil tussen de twee amendementen: het wetsvoorstel, en het amendement Van Veldhoven gaan ervan uit dat rituele slacht verboden is tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan: het amendement-Ormel zou rituele slacht toestaan mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Een klein verschil, met enorme gevolgen. Het huidige wetsvoorstel passeert immers de vrijheid van godsdienst ten bate van dierenwelzijn, terwijl het wetsvoorstel-Ormel de godsdienstvrijheid intact zou hebben gelaten, terwijl daarbinnen concrete en aanwijsbare verbeteringen van dierenwelzijn gerealiseerd zouden worden. 

Na inwerkingtreding van de wet is godsdienstvrijheid in Nederland, in ieder geval wat dit onderdeel betreft, dus voorwaardelijk en afhankelijk van een AmvB.

Maar er zijn nog drie aspecten ten aanzien van de discussie wie ik niet onbenoemd wil laten:

Ten eerste: Hoewel de geloofsgemeenschappen telkens hebben aangeboden om tot dialoog te komen, is de discussie in de kamer gebleven, en hebben maar weinig kamerleden de stap genomen om direct met de verantwoordelijken te spreken. De geloofsgemeenschappen hebben aangeboden te kijken naar veranderingen bij het slachtproces die het dierenwelzijn zouden bevorderen, maar het grootste gedeelte van de Kamer praat liever over de geloofsgemeenschappen dan met hen.

Ten tweede: er spreken nogal wat vooroordelen uit de behandeling van de geloofsgemeenschappen. Het feit dat alle stappen in het rituele slachtproces buitengewoon zorgvuldig uitgevoerd moeten worden en juist ten dienste staan van dierenwelzijn, wordt vaak terzijde geschoven als bevooroordeelde prietpraat, terwijl mensen die zich erin verdiepen meestal juist onder de indruk raken van hoe er bij de rituele slacht met dieren omgegaan wordt, zeker als dat vergeleken wordt met de industriele slacht. Helaas nemen maar weinig mensen de stap om zich erin te verdiepen, en gaan velen liever uit van bestaande vooroordelen, zowel ten opzichte van de rituele slacht ("ritueel dus slecht") als van de industriele ("verdoofd dus goed").

Ten derde: veel deelnemers aan de discussie hebben een onwrikbaar vertrouwen in het voortuitgangsdenken. Alles wat "nieuwer" is, is vast ook "beter". Een "moderne" slachtmethode (de "verdoving" die uitgevonden is om industriele slacht mogelijk te maken) is dan ook vast beter dan een "antieke" methode die al eeuwen wordt toegepast. Dat geloof deel ik niet zonder meer. Met betrekking tot de haring kan ik dat beamen, maar met betrekking tot het politieke proces is dat in ieder geval niet zo.

Maandag 27 Juni 2011 om 09:08

Open brief aan de PvdA

Aan het Partijbestuur van de PvdA

Beste partijgenoten,

Naar u bekend is werd in de Politieke Ledenraad een tweetal moties met betrekking tot de onverdoofde (rituele) slacht aangenomen - de motie-Slager en een motie van het Partijbestuur .
De motie-Slager vraagt de fractie:

  • samen met religieuze organisaties naar verbetering te zoeken waar mogelijk;
  • tot een convenant te komen;
  • het wetsvoorstel-Thieme af te wijzen.

De motie van het Partijbestuur roept de Tweede Kamerfractie op om:

  • gevoerde discussie en stellingname van de Politieke Ledenraad uiterst serieus te nemen en te betrekken bij haar finale oordeel over het initiatiefwetsvoorstel;
  • de betrokkenheid van de diverse geloofsgemeenschappen bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel en de onderliggende regelgeving te waarborgen.

Wij moeten concluderen dat de weg van de fractie - met het amendement dat zij mede heeft ondertekend - aan de beide genoemde moties in het geheel geen recht doet. Er is geen contact opgenomen met de geloofsgemeenschappen, geen poging gedaan om te kijken naar verbetering van dierenwelzijn binnen wat ritueel mogelijk is, laat staan tot een convenant te komen, geen poging gedaan de betrokkenheid van de diverse geloofsgemeenschappen te waarborgen - en al helemaal niet om het wetsvoorstel af te wijzen.
In plaats daarvan wordt een amendement gesteund dat discriminatoir en onwerkbaar is.

Kosjer en halal eten zijn belangrijke onderdelen van de Joodse en islamitische identiteit. Vlees kan alleen gegeten worden na een volgens de regels uitgevoerde slacht. Regels die juist ingesteld zijn met het oogpunt op dierenwelzijn. Voor de leden van de Joodse en de Islamitische geloofsgemeenschappen betekent het in beginsel verbieden van rituele slacht – zoals het amendement beoogt- een ernstige inbreuk op deze identiteit. Een meerderheid van de Tweede Kamer zal dan een minderheid in Nederland verhinderen een onderdeel van zijn geloofsbelijdenis te beleven. Ook een met dit amendement gewijzigd wetsvoorstel neemt de door de Raad van State geconstateerde spanning met de grondwet daarom niet weg.

Waar nu onaanvaardbaar dierenleed geconstateerd wordt, dient ingegrepen te worden - en wordt al ingegrepen. Buiten dat hebben de geloofsgemeenschappen aangeboden samen met anderen te kijken in hoeverre dierenwelzijn verbeterd kan worden. In het amendement is echter sprake van het maken van een uitzondering op de algemene Nederlandse situatie: een omgekeerde bewijslast, waarbij wij zouden moeten bewijzen - niet slechts dat er geen onaanvaardbare misstanden zijn, maar, veel verder gaand, dat het dierenwelzijn niet meer wordt geschaad dan bij de industriële slacht! Een absurde en incriminerende redenering die de geloofsgemeenschappen a priori als dierenmishandelaars neerzet. Een redenering, ook, die uitgaat van de niet vol te houden opvatting dat dieren en mensen gelijkwaardige rechten hebben: een veronderstelde verbetering van het welzijn van dieren gesteld boven het effect van een diepgaande inbreuk op gevoelens van mensen.

Uit de discussies is gebleken dat dierenleed niet wetenschappelijk is vast te stellen. Hersenactiviteit is te meten, reflexen zijn waar te nemen, maar in hoeverre er sprake is van leed is, zeker bij dieren, niet te concluderen. Al helemaal is niet vast te stellen wat aanvaardbaar is, of hoe het leed bij de slacht zich verhoudt tot de beleving van het dier daaraan voorafgaand.

Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam (NIHS) hebben een kort geding aangespannen om de onderzoeksgegevens van wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Wageningen, waar de indiener van het wetsvoorstel zich op baseert, boven te krijgen. Tijdens dit kort geding is erkend dat het onderzoek niet door de universiteit Wageningen is uitgevoerd, dat het onderzoek onvolledig is, en niet heeft plaatsgevonden in een Joodse of Islamitische slachterij. Ook TNO komt tot de conclusie dat de onderzoeken weinig wetenschappelijke waarde hebben.

Kortom: het amendement waar de fractie zich achter heeft gesteld lijkt een mooi en werkbaar compromis, maar in de praktijk neemt het het discriminatoire karakter van het wetsvoorstel niet weg, en is onuitvoerbaar.
De discussie over dit wetsvoorstel heeft al de nodige emotionele en ook financiële schade berokkend. Invoering van de wet, ook in de geamendeerde vorm, zal het welbevinden van de Islamitische en Joodse gemeenschappen in Nederland aanmerkelijk verslechteren.

De inzet van de fractie vinden wij zeer teleurstellend. Wij roepen daarom het Partijbestuur op de fractie hierop aan te spreken.

Hoogachtend,

Robbert Baruch
Naimia Ajouaau
Jan Markerink
Jaap Polak
Karim Ajouau
Nevin Aksoy
Selcuk Ozturk
Serdar Cicek
Ikbal Din
Favzi Achbar
Yasin Torunoglu
Ertan Isik
Necati Kaygisiz
Mohammed Chahim
Abdel Tijani
Fatma Yanmaz
Nilay Kulci
Nevin Dikici
Yasemin Cekerek
Fikret Gur
Marianne Troostwijk
Ron van der Veer
Dursun Kilic
Fikri Demirtas
Seyit Yeyden
Deniz Catikkas
Mustafa Cakir
Ertugrul Gultekin
Alphons Ranner
Kees van Liere
Michael Minco
Jan Riezenkamp
Michel Waterman
Adnan Sahin
Jur Marringa
Sibrecht Benning
Roland van Geens
Zeki Baran
Haci Osman Suna
Fatma Yanmaz
Talip Aydemir
Muhsin Koktas
Rasit Bal
Yucel Aydemir
Oktay Unlu
Mesut Disli
Asli Bolat
Necat Kaya

Dinsdag 21 Juni 2011 om 20:29

Geen koe, wel lid van de PvdA

Ik ben geen koe. Ik kan je dus niet vertellen of zelfs maar voorstellen hoe erg dieren lijden voor of gedurende de slacht. En of het nu prettiger is om bewusteloos te raken door het doorsnijden van een nek of door een stalen pin in de hersenen: ik kan het u niet vertellen. Ik kan me wel voorstellen dat een rituele, noch een industriele slacht een pleziertje is.

Ik ben ook geen Rabbijn. Ik kan dus niet exact aangeven aan welke voorwaarden voldaan moet worden bij het ritueel slachten van dieren. Wat precies in acht genomen moet worden met betrekking tot dierenwelzijn volgens de Joodse wet: ik kan het u niet vertellen. Ik kan me wel voorstellen dat er verbeteringen mogelijk zijn.

Ik ben ook geen wetenschapper. Althans, geen natuurwetenschapper. Ik kan niet vertellen wat de relevantie is van meetbare hersenactiviteit bij dieren en of ze lijden ervaren. Binnen of buiten bewustzijn. Of op wat voor manier je kan bewijzen welk soort lijden erger of minder erg is. Ik kan het u niet vertellen. Ik kan me wel voorstellen dat de vraag wat aanvaardbaar lijden is, niet een afweging is die door de wetenschap gemaakt kan worden.

Ik ben wel lid van de Partij van de Arbeid. En daar heb ik me de afgelopen maanden bezig gehouden met het onzalige voorstel van de Partij van de Dieren tegen te houden. Ik heb uitgelegd dat de rituele slacht onlosmakelijk verbonden is met het belijden van het Joodse geloof, omdat religie in Joodse zin niet alleen inhoudt wat je gelooft, maar vooral wie je bent en wat je doet. Als iemand dus zegt "hou maar op met kosher eten", kan zo iemand net zo goed zeggen "hou maar op met besneden zijn" of "hou maar op met een Joodse naam te hebben". Het is een ontkenning van de identiteit. En een gebrek van respect om daar zonder enige kennis makkelijke uitspraken over te doen.

De hele manier waarop de discussie verlopen is, zonder dialoog met de mensen die er verantwoordelijk voor zijn, zonder overleg over mogelijke verbeteringen binnen de grenzen van wat religieus mogelijk is, en zonder vergelijking met de half miljard dieren die in Nederland jaarlijks industrieel geslacht worden, geven me niet de indruk dat er gekeken wordt naar de vraag "wat betekent dit nu voor de mensen", maar vooral "hoe kunnen we laten zien dat we net zo daadkrachtig zijn voor de dieren als de Partij voor de Dieren zelf". 

Ik geloof wel dat de bedoelingen van de Partij van de Dieren oprecht zijn, en voortkomen uit oprechte betrokkenheid met misstanden rondom de slacht. En ik heb ook de indruk dat de partijgenoten die zich als woordvoerder met dit onderwerp bezig hebben gehouden oprecht geprobeerd hebben met interesse en respect kennis te nemen van stanpunten van anderen. 

Maar ik ben wel verbijsterd dat de fractie nu het advies van de extra politieke ledenraad van afgelopen zondag, niet dreigt op te volgen. Vooral omdat daar nog een keer duidelijk werd gezegd dat de verantwoordelijke geloofsgemeenschappen bereid zijn om te overleggen hoe het dierenwelzijn binnen de grenzen van wat religieus mogelijk is, te verbeteren. Het is niet alleen een diskwalificatie van deze groepen, maar ook van de partijdemocratie. Maar er was nog een motie: van het Partijbestuur. Daar stond in:

Roept de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid op om de - als zwaarwegend advies geldende - vandaag gevoerde discussie en stellingname van de Politieke Ledenraad uiterst serieus te nemen en te betrekken bij haar finale oordeel over het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten;

Roept de Tweede Kamerfractie op de betrokkenheid van de diverse geloofsgemeenschappen bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel en deonderliggende regelgeving te waarborgen;

De fractie dreigt nu beide niet te doen: niet alleen blijkt nergens uit dat het advies serieus genomen wordt: ook is geen discussie met de geloofsgemeenschappen. De fractie heeft een goed verhaal nodig om dat uit te leggen.

Maar niet alleen de fractie. Ook het partijbestuur. De motie van het Partijbestuur constateert, "dat de Tweede Kamerfractie in de aanloop naar de definitieve behandeling van het initiatiefwetsvoorstel een kans heeft gemist om de achterban van de Partij van de Arbeid breed en tijdig te consulteren".

Dat laatste is ongetwijfeld waar, maar het is onterecht de zwarte piet helemaal, en alleen maar bij de fractie neer te leggen. Het missen van kansen is niet alleen endemisch voor deze fractie, maar geldt ook voor het Partijbestuur. Het gebrek aan communicatie, het verliezen van de achterban en het uit elkaar laten donderen van het maatschappelijk netwerk is een probleem dat zich al jaren in de hele Partij van de Arbeid voordoet, en dat mag het Partijbestuur zich, na 5 verloren verkiezingen op rij, zelf ook erg aantrekken.

Dinsdag 14 Juni 2011 om 16:31

PERSBERICHT: TNO over rapporten Wageningen.

In opdracht van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft onderzoeksorganisatie TNO drie wetenschappelijke rapporten beoordeeld die een rol spelen in het huidige politieke debat over de toelaatbaarheid van onbedwelmd slachten.

Het wetsvoorstel-Thieme wordt door belanghebbenden (de Joodse en Moslimgemeenschap) maar ook door niet-religieuze voorstanders van godsdienstvrijheid bestreden. Indienster baseert haar standpunt op het feit ‘dat wetenschappelijk onomstotelijk is vastgesteld dat religieus slachten door de halssnede ernstig leed aan slachtdieren zou toebrengen’. Om deze bewering onafhankelijk te toetsen heeft TNO drie frequent door Thieme aangehaalde rapporten inhoudelijk kritisch beoordeeld. Er is geen eigen experimenteel onderzoek verricht en de in de rapporten aangehaalde literatuur is niet beoordeeld. TNO geeft ook geen eigen standpunt over religieus slachten.

TNO maakt kritische kanttekeningen  bij een literatuuronderzoek (Rapport 161) verricht door de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) in 2008.

Er worden slechts 67 artikelen aangehaald en er wordt niet aangegeven hoe deze literatuur is geselecteerd. Een deel van de conclusies is niet gebaseerd op feiten maar op veronderstellingen, niet uit te sluiten mogelijkheden en antropomorfe [geheel vanuit de mens geziene] interpretatie bij de religieuze slacht door de halssnede. Een voorbeeld uit het WUR-rapport: ‘Tijdens het verbloeden kan bloed in de luchtpijp en longen terechtkomen. Dieren die nog bij bewustzijn zijn moeten dat als ernstig ongerief ervaren. Het voelt aan als stikken’. Maar volgens de aangehaalde literatuur zijn slechts ‘sporen van bloed ‘ in de luchtwegen aangetroffen, waarvan niet aangetoond is dat die daar tijdens het bewustzijn zijn terechtgekomen. De eventuele ervaring van het dier ‘het voelt aan als stikken’ is een antropomorfe interpretatie zonder grond.
Rapport 161 stelt ‘dat uit de literatuur blijkt dat onbedwelmd ritueel slachten nadeliger is voor het welzijn van het dier dan slachten na bedwelming’.  TNO stelt dat de aangehaalde literatuur  niet eensluidend is over de aantasting van het welzijn.

Overigens stelt het rapport 161 wél dat mechanische bedwelming bij gangbaar (d.w.z. niet-religieus) slachten in tot 10% van de gevallen niet effectief is. Hierover zijn geen gegevens voor de Nederlandse situatie voorhanden. De conclusie van TNO is dat door deze tekortkomingen de hardheid van de conclusies en daarmee de wetenschappelijke waarde van Rapport 161 beperkt zijn.

Rapport 398 van de Animal Sciences Group van de WUR (september 2010) heeft een aantal tekortkomingen. De rapportage van het onderzoek kan de toets der kritiek volgens TNO niet doorstaan. Er is geen onderzoeksvraag geformuleerd en de wijze waarop de experimenten met kalveren zijn uitgevoerd zijn onvoldoende beschreven. Er zijn kalveren met de halssnede geslacht zonder te beschrijven wat voor type mes is gebruikt en wat de training van de slachter was. Er worden allerlei metingen uitgevoerd waarvan niet is toegelicht waarom ze zijn uitgevoerd, en wat de resultaten betekenen.
De conclusie van TNO is dat de wetenschappelijke kwaliteit van rapport 398 onvoldoende is om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de discussie rond welzijnsaspecten van religieuze slacht.

Het derde rapport Report on good and adverse practices- Animal welfare concerns in relation to slaughter practices from the viewpoint of veterinary sciences van het door de Europese Commissie gefinancierde DialRel bestaat uit een uitgebreide literatuurstudie gecombineerd met de beschrijving  van de Europese praktijk op basis van een aantal zogenoemde ‘spot visits’. Volgens TNO is het ondanks enkele kritiekpunten een wetenschappelijk goed onderbouwd rapport. De tien getrokken conclusies van het DialRel rapport zijn daarom relevant.
Als kritiekpunten noteert TNO dat de ‘spot visits’ onvoldoende kwantitatief worden beschreven en dat er  geen onderscheid wordt gemaakt  tussen de verschillende religieuze  wijzen van slachten.

In algemene zin concludeert TNO na de rapportvergelijking dat er in de gangbare praktijk bij alle slachtmethoden aanzienlijke ruimte is voor verbetering voor het dierenwelzijn.

Het gehele rapport van TNO “Kritische beoordeling van 3 rapporten aangaande
welzijnsaspecten bij ritueel geslachte dieren” is te downloaden van de site van het NIK: www,nik.nl en via www.kosjerslachten.nl<http://www.kosjerslachten.nl/>

Maandag 06 Juni 2011 om 12:42

De moeilijke relatie tussen de PvdA en de achterban.

Een opmerkelijk interview met de voorzitter van mijn politieke kiesvereniging: Lillianne Ploumen. Hoewel het blijkbaar gebruikelijk is om geen kritiek te hebben op de partijleiding, of die anoniem te uiten, kan ik het toch niet laten er een paar kanttekeningen bij te zetten.

Het interview gaat over het proces rond het standpunt van de rituele slacht, het leiderschap van Job Cohen en de standpunten van de PvdA als oppositiepartij.

Onderdeel van de rituele slacht is het "wetenschappelijke argument" dat dieren meer lijden bij de rituele dan industriele slacht. Hoewel dit lijden niet aangetoond kan worden en de mate waarin dat lijden aanvaardbaar is niet wetenschappelijk beredeneerd kan worden, maar een ander soort afweging vergt, is de PvdA-fractie (en ik lees nu, ook het bestuur) de mening toegedaan dat de rituele slacht, ten koste van grondwettelijke vrijheid, afgeschaft moet worden. Het proces is fout gegaan, zegt Ploumen, maar nu er uitgelegd is aan de achterban waarom dit toch een goed standpunt is, is die fout gerepareerd. Immers: dierenwelzijn is de afgelopen 30 jaar belangrijker geworden.

Apekool. Overal waar het slachten door Joden onmogelijk is gemaakt, is dat met dierenwelzijn als excuus gebeurd. Dat dieren lijden bij slacht is een feit. Maar dat een vergelijking tussen de industriele slacht en de rituele slacht ontbreekt, is kenmerkend voor de hetze tegen de rituele slacht die nu woedt. Dat de bijeenkomst die met de achterban georganiseerd werden om argumenten uit te wisselen nu door Ploumen gezien worden als "het uitleggen van het standpunt", laat zien dat in ieder geval in haar ogen er geen reden was voor dialoog. Als bijkomend argument zegt ze dat de religieuze organisaties zelf pro-actiever hadden moeten zijn. Helemaal in lijn met de neiging van veel veel politici om standpunten te baseren op de wetenschap en een belangenafweging, in plaats van dat waar politiek voor is: je afvragen wat het voor de mensen betekent en een standpunt innemen.

Ten tweede was volgens Ploumen "een aanloopje" nodig om te rol van oppositiepartij te kunnen spelen. Dat kan ik me voorstellen, want nu we 21 zetels staan in de peilingen, lijkt het alsof we alleen maar kunnen stijgen. Maar dat dachten we eerder ook al. In ieder geval zal het bij een volgende verkiezing alweer blijken mee te kunnen vallen.

En waaruit blijkt dan het leiderschap in de oppositie van de PvdA? Het standpunt over de Zorg? het Pensioenstelsel?  In welk debat neemt de PvdA nu een standpunt in dat heel Nederland die de partij weer herkent? "Onze tijd komt wel weer". Maar hoe dan? Als de interviewer vraagt naar standpunten van de PvdA komt Ploumen achtereenvolgens met de PVV, VVD en SGP, en zegt niets anders dan dat de PvdA voor "sterk en sociaal" is.

Het eerste en het laatste stuk van het interview lijken niets met elkaar te maken te hebben, maar in mijn optiek komt het op hetzelfde neer: een groot onvermogen om te herkennen wat er van de politiek verwacht wordt, en de rol van de achterban daarbij. Die verwacht juist geen tactische analyse van wat andere partijen doen, maar een eigen verhaal waar ze zich bij betrokken voelen. Juist geen "uitleggen", maar gezamenlijk een politieke afweging maken. Juist geen postmodern praatje over dierenrechten, maar opkomen voor de rechten van minderheden en voorkoming van een dictatuur van de meerderheid. Juist geen meel in de mond, maar pritoriteiten en standpunten.

En om te beginnen dat we met 21 zetels in de peiling, en met pas over 3 jaar verkiezingen, nú de kans hebben om de partij weer professioneel te laten functioneren, prioriteiten te vinden en ze uit te spreken, en te investeren in de van oudsher bestaande netwerken en nieuw leiderschap.

Onder Ploumen heeft de PvdA op rij vijf verkiezingen verloren. En na iedere verkiezing viel het mee omdat het erger had kunnen zijn. Hoe erg moet het dan nog worden? Hoe erg kan het nog worden?