Vrijdag 27 April 2012 om 08:30

MCWC

Het zijn feestelijke tijden voor politicologen. Niet alleen is het fascinerend om te zien hoe een Nederlandse lente is aangebroken waarbij de PVV opeens volstrekt buitenspel staat en er een programma voor een begroting ligt die niet alleen (in ieder geval op papier) de grootste financiele problemen oplost, maar ook nog eens een aantal bezuinigingen waar veel protest tegen was, terugdraait; ook gaan we erg bijzondere verkiezingen tegemoet. Er lijkt immers al een coalitie met een gezamenlijk verkiezingsprogramma te zijn; VVD, CDA, D66, GroenLinks en de Christenunie vormen samen niet alleen een zogenaamde Minimal Connected Winning Coalition (op basis van de huidige cijfers dan), maar gaan ook nog eens gezamenlijk de verkiezingen in met één conceptbegroting. De oppositiepartijen kunnen niet anders dan zich tégen dit programma uitspreken, maar ik betwijfel of dat een winnende strategie is. Voor de PvdA geldt in ieder geval dat veel van de belangrijkste bezuinigingen waar de PvdA zich in ieder geval tegen had uitgesproken, worden nu teruggedraaid.

Opmerkelijk is dat de rol van de PVV nu uitgespeeld lijkt. Ik geloof dat Wilders het gisteren over Europa had, maar dat kon de opluchting over het feit dat dit akkoord er is niet wegnemen. Of wij het nu zelf alleen willen of Europa; iedereen vindt dat het begrotingsakkoord naar beneden moet. 

En dan de PvdA. Gedwongen om oppositie te voeren tegen iets wat ze inhoudelijk zó hadden kunnen ondertekenen. En hoe moet dit nu verder? Er was een goed inhoudelijk programma. Weliswaar met veel kretologie, maar wel stevige standpunten. Maar hoe verhoudt zich dat tot het akkoord waar de verkiezingen over gaan? Dan komt de WBS ongetwijfeld met haar nieuwe uitgangspunten voor de sociaaldemocratie, dat in achterkamertjes, zonder al teveel bemoeienis van buitenaf is klaargestoomd.

Voor de PvdA zijn de tijden wat minder feestelijk. Wat te doen? Ik denk dat de PvdA rap politici met ervaring en een netwerk op de lijst moet zetten, die een mening durven te verkondigen en een idee hebben waar het naartoe moet in Nederland. Geen tactici maar strategen. Geen mensen die politiek zien als onderdeel van hun carriere maar mensen die een carriere hebben in de politiek. Geen afspiegeling maar vertegenwoordiging. Dan moet het Partijbestuur zorgen voor een degelijke campagnemachine. Niet het geinstitutionaliseerde nepotisme van de ombudsteams maar een degelijk verhaal op een moderne manier gebracht. En wat is dan dat degelijke verhaal? Een inhoudelijk programma dat uitgaat van de ijzersterke standpunten die de PvdA al decennia heeft: gelijke toegang tot inkomen, kennis en macht; in het collectief oplossen wat het individu niet kan, en een sterke, ordenende rol voor de overheid. Nu extra paniek is het slechtste wat de PvdA zichzelf kan aandoen.

Donderdag 19 April 2012 om 10:42

Jom HaShoa

Alida

Alida Baruch

26 januari 1942 - 18 juli 1942

Vrijdag 13 April 2012 om 09:28

Geachte mevrouw Jansen,

Als beloofd komen wij terug op het onderzoek dat wij vorige week donderdag hebben afgerond. Wij hebben u beoordeeld op verslaving, pyschiatrische aandoeningen en verstandelijke vermogens en zijn tot de conclusie gekomen dat u tot een risicocategorie behoort. De overheid heeft een verantwoordelijkheid om kinderen te beschermen en als je kijkt naar de aantallen en je praat dan ook nog maar eens bij de bekende aantallen over het topje van de ijsberg, dan hebben wij geen andere keuze dan u voor te dragen voor het toedienen van verplichte anticonceptiemiddelen. Als u vindt dat dit te ver gaat moet ik u zeggen dat ik me dat kan voorstellen, maar alleen als u de werkelijkheid niet kent. Wij kennen die beter dan u; wij hebben daar immers voor doorgeleerd. Vandaar dat wij bepaald hebben uw ongeboren kinderen alvast te beschermen, door conceptie niet plaats te laten vinden.

In de loop van de volgende week wordt u opgehaald voor uw behandeling, die zal plaatsvinden in onze kliniek op landgoed het Loo. Na afloop ontvangt u een certificaat dat u zelf kan inkleuren.

Bij voorbaat uw hartelijke dank voor uw medewerking. U helpt van Nederland het paradijs te maken waar onwenselijke zaken niet voorkomen. Onvolkomendheden confronteren ons teveel met onze eigen onvolmaaktheden en zien we immers liever niet.

Vriendelijke groet,

Mijnheer Meester-Pieter

Ethisch beoordelingskundige.

Dinsdag 10 April 2012 om 09:35

Politiek als theater met journalistiek als podium.

Vandaag staat in de Volkskrant een aardig stuk over John Leerdam en zijn vertrek uit de Tweede Kamer. In het stuk wordt een paar keer een parallel gelegd tussen politiek en theater. Dit is een oude hobby van me, dus ik praat er graag over mee. Er zijn veel overeenkomsten tussen beide kunstvormen. Ze kunnen allebei niet zonder conflict en actie, bijvoorbeeld. Beiden spelen zich voor het publiek af, en beiden kunnen niet zonder podium. Een groot verschil is echter de rol van dat podium. In de theaterwereld hebben zich daarover grote conflicten voorgedaan. Als schouwburgdirecteurszoon, theaterbestuurder en wethouder cultuur heb ik het allemaal van dichtbij meegemaakt. Of het nou om Brecht gaat of de Actie Tomaat die zich eind jaren '60 richtte tegen de tot elitaire kunst leidende overheidsbemoeienis of de discussie die arme wethouders cultuur iedere keer maar weer moeten voeren om hun wijktheaters te behouden; de maatschappelijke rol van het podium wordt telkens weer bevochten.

Ik weet niet zeker of de discussie met dezelfde felheid en maatschappelijk engagement uitgevochten wordt als het gaat over het podium dat voor politiek bedoeld is: de journalistiek.

De tragiek is natuurlijk dat het debat over de journalistiek in de media wordt uitgevochten, en dat is al net zo'n Drosteblikje als theatermakers die zichzelf spelen. Niet makkelijk: ik heb wel eens ergens gelezen dat er wel eens een narcist in die wereld rondloopt, en als die mensen iets niet kunnen, dan is het wel op zichzelf reflecteren, laat staan zichzelf nuanceren.

Maar goed: het podium voor de politiek, de journalistiek dus, is aan verandering onderhevig. Niet alleen door de druk van de commercie, die voorschrijft dat er kranten moeten komen voor mensen die niet van kranten houden, maar ook door het steeds verder toenemende cynisme en wantrouwen, dat ook zijn weg heeft gevonden naar nieuwe (als je goed kijkt oude) vormen van journalistiek.

Ik denk dat een klassieke journalist probeerde een keuze te maken uit dat wat er dagelijks gebeurde, en dat in de context van een groter verhaal zet. De verslaggever daarentegen, geeft de context niet weer en doet niet aan duiding (zegt 'ie, maar door te kiezen, licht hij natuurlijk wel wat uit), maar zegt alleen wat er gebeurt. De moderne journalist laat daarentegen zijn mening doorklinken en probeert vooral zelf nieuws te maken. En dan het liefst op de manier die nu een groot publiek aanspreekt: het cynisme en wantrouwen van de straat, het geschamper, de botheid, de verdachtmakerijen: alles kan (of beter gezegd: moet kunnen) op het podium van de politiek.

De afgelopen weken hebben we er weer voorbeelden van gezien. Of het nu om een onmiskenbaar zakelijke afrekening op de voorpagina van een grote ochtendkrant gaat, of een opzet voor een Kamerlid: er wordt met gretigheid en zonder beperking op ingehakt. 

En wat heeft die nieuwe journalistiek dan bereikt? Een verder groeiend wantrouwen in de politiek, geknakte carrieres (bij de ene wel en de andere niet) maar steeds meer een groeiend verlangen naar een sterke, onfeilbare leider. Applaus.