Dinsdag 28 Augustus 2012 om 23:59

Bescherming van cultuur ontbreekt in de verkiezingen

Het zomerreces is bijna afgelopen en het verkiezingsreces met de daarbij horende verkiezingen komen eraan. De campagnes komen langzaam, maar zo georkestreerd mogelijk op gang; de partijen zelf, de media; iedereen probeert een eigen verhaal voor het voetlicht te krijgen. Met een fijn stukje muziek op de achtergrond (vanavond: GEAL van Rowwen Heze, die (opa vertelt) een kwarteeuw geleden nog in ons voorprogramma hebben gespeeld in De Melkweg) ben ik me ook aan het voorbereiden op een nieuw politiek seizoen. Dat is niet makkelijk: de voorspellingen voor een nieuw Kabinet lopen uiteen van VVD-SP-PVV tot Paars-plus tot "alles over links". Wie het weet mag het zeggen, maar ik weet het niet. En dan heb ik het over het Kabinet. In de Kamer? Ingewanden lezen of koffiedik kijken is net zo effectief als het volgen van de peilingen of -erger nog- de eigen voorspellingen van de partijen.   

Hoewel het nog volstrekt onduidelijk hoe de nieuwe politieke realiteit er straks uit zal zien, lijkt het erop dat cultuur geen winnend verkiezingsthema is. Artiesten, acteurs en schrijvers komen er bekaaid vanaf. Als je de partijen op de man af zou vragen of cultuur belangrijk is, zullen ze ongetwijfeld braaf knikken, maar het daadwerkelijk beschermen van het inkomen van componisten, schrijvers en artiesten is een brug te ver.

Het gaat mij om de opbrengsten van het online aanbod van cultuurproducten zoals boeken, films en muziek. Geen van de partijen wil zijn vingers branden aan harde standpunten over auteursrechten en het online aanbod. "Modernisering van het auteursrecht" en "nieuwe verdienmodellen" zijn belangrijk ("best belangrijk" zelfs), maar de vraag is hoe je ervoor zorgt dat makers betaald kunnen blijven worden voor het werk dat ze verrichten, zeker nu veel werk zo makkelijk voorhanden is.

Het is behalve geen sexy, ook geen eenvoudig onderwerp. Ga er maar eens aanstaan. Het kopieren van een liedje is zo makkelijk, dat er altijd wel een excuus gevonden kan worden om er niet voor te hoeven betalen. Dat eigenaars van torrentsites vervolgens hun zakken vullen met advertentie-inkomsten, en de dataleveranciers met het verkopen van hogere bandbreedte, realiseren niet veel mensen zich. Met andere woorden: het gebruikmaken van niet-geautoriseerd materiaal is big business. En het klinkt zo plausibel allemaal: het auteursrecht is oud, dus verouderd, 100 jaar geleden was er geen internet, en makers kunnen ook op andere manieren geld verdienen.

Het simpele feit is dat glashelder is dat cultuur je leven verrijkt, en dat als mensen er geen vergoeding meer voor krijgen als ze het maken, ze vanzelf ophouden met hun werk. Met name voor de kleinere publieken is het de dood in de pot.

Ik ben het met iedereen eens die zegt dat er meer aanbod moet komen van cultuur op Internet. Muziek, boeken, films en gedichten worden gemaakt om zoveel mogelijk gehoord, gezien en gelezen te worden. Cultuur verrijkt ons leven. Het ontspant, je leert ervan, het neemt je mee en maakt een beter mens van je. Dat de makers daarvoor beloond moeten worden spreekt voor zich.

Ga dus vooral meer downloaden en streamen. Er is voldoende aanbod. Itunes Spotify 22tracks 7 digital eMusic Deezer Nokia Music Vodafone YouTube Last FM Sony Music unlimited Jamba Zune. Om maar eens wat te noemen. Geniet van wat je ziet, hoort en leest, maar denk dan ook even verder. Zorg dat degene die het werk gecreëerd heeft waar jij van geniet, daarvoor wordt betaald, door zelf te betalen voor muziek, boeken en films, zoals je ook voor andere dingen die je vermaken betaalt. Zo kunnen we nog heel lang genieten van cultuur, ook op het internet.

Maandag 06 Augustus 2012 om 10:15

Individualisering van de inkomens (in feministische zin)

IM Jan Brands (1932-2012)

 

Op 1 augustus 2012 is Jan Brands overleden. Jan is in 1932 in Nieuw Vennep geboren. Vanaf 1954 woonde hij in Leiden. Hij was van 1980 tot 1986 lid van de Leidse Gemeenteraad. Tot 1984 was hij dat voor de CPN, maar de laatste twee jaar als partijloos Raadslid. 

Het zat er al vroeg in. Als leerling-meubelmaker van 14 jaar oud werd hij lid van de vakbeweging. Zijn eerste politieke stappen zette hij bij de NVV en bij de PvdA , en als militair in Nieuw Guinea. Zijn lidmaatschap van de NVV kwam hem op ruzie met zijn vader te staan; die had liever gezien dat hij lid geworden was van de Katholieke vakbond. De PvdA vond hij meer de partij van de intellectuelen. Vooral in de tijd van Nieuw Links, vanaf 1966, de vernieuwingsbeweging binnen de PvdA. Hier had hij zijn hoop op gevestigd, maar uiteindelijk bleek ook de vernieuwing de deur voor arbeiders dicht te houden.

Jan werkte achtereenvolgens bij de NS, en als meubelmaker eerst bij de V&D, en later bij de firma Tissing. In de visie van Jan moesten arbeiders en intellectuelen samen optrekken.  En de CPN was de partij waar de arbeiders zich thuis moesten voelen. Jan werd in 1968 lid, en al na drie maanden werd hij secretaris van de Leidse afdeling. Voor de CPN ging hij de wijken in en vroeg aandacht voor huuracties in de Kooi, voor de nieuwbouw van het AZL en natuurlijk om te colporteren met zijn krant: De Waarheid.

Direct na de oorlog had de CPN nog 5 zetels in de Leidse gemeenteraad. Daarna waren het er altijd één of twee, en sommige mensen bleven lang zitten. Bij de verkiezingen van 1974 had de CPN nog maar één zetel in de Leidse raad.  Toen stond Jan op de derde plaats, dus hij maakte geen kans, maar bij de verkiezingen van 1978 stond Jan op de tweede plaats. Als de CPN twee zetels zou krijgen, zo Jan de raad in gaan. Helaas kreeg de CPN er maar één, en Jan bleef politiek secretaris van de afdeling.

Jan was in die jaren enorm bezig met huisvesting en huren. De woningen in Leiden waren vaak slecht, en Jan zette zich in voor betaalbare en goede woningen.  Toen de wisselwoningen op de Van Huisweg ontruimd moesten worden, sprak Jan de Leienaren toe over de slechte woonsituatie in Leiden, vanaf een stoel, en dat leidde tot een beroemde foto van Jan die de bevolking toespreekt, op een stoel. Ik kom daar zo nog op terug.

 In  augustus 1980 maakte Dries Hoeven, die al sinds 1970 in de raad zat, bekend dat hij zou stoppen met het raadswerk wegens gezondheidsproblemen en het feit dat hij het raadswerk niet meer kon combineren met zijn werk als apothekersassistent in Den Haag. Jan werd toen in september 1980 eindelijk benoemd als raadslid. En meteen ging hij er vol in. Ik noem een paar punten:

  • De aankoop van Het Gulden Vlies: Jan wilde dat ook andere organisaties dan de politieke partijen er moesten kunnen vergaderen.
  • Onderwijs. Juist in arbeiderswijken moesten kleine klassen komen, om de kinderen de aandacht te kunnen geven die ze nodig hebben.
  • Muziek: Jan wilde dat de muziekgroepen die in de Morspoortkazerne oefenden daar konden blijven. De gemeente was daar tegen; die wilde ze overplaatsen naar de Barbaraschool aan het Levendaal. Die ruimte vond Jan niets: de akoestiek was er slecht, en bovendien organiseerden Moslims daar gebedsdiensten. Als dat gecombineerd zou worden met muziek, komt er geen hond meer, laat staan Allah, volgens Jan.

Jan was zijn tijd ver vooruit met de aandacht voor rechten van buitenlandse werknemers. Hij was een van de eersten die aandacht vroegen voor de uitbuiting en verschrikkelijk slechte woonomstandigheden van gastarbeiders.

In 1980 haalde de Leidse CPN de landelijke pers met het voorstel om van 5 mei een nationale feestdag te maken. In de Leidse gemeenteraad werden twee moties daartoe ondersteund. Pas in 1990 werd 5 mei die landelijke feestdag.

Ook in 1981 haalde Jan de landelijke pers. De fascistische NVU had in Leiden handtekeningen opgehaald om mee te kunnen doen met de Kamerverkiezingen. Maar bij het verzamelen van die handtekeningen hadden ze zich uitgegeven voor gemeenteambtenaren. Jan, die natuurlijk goede kontakten had in de wijken, maar ook doorzag waar de NVU mee bezig was, had daar de aandacht op gevestigd, en de NVU kon niet meedoen. De baas van de NVU was daar niet blij mee, en wilde Jan laten vervolgen wegens smaad en laster, maar de officier van justitie zei dat daar geen sprake van was, en vervolgde Jan dus niet.

In februari 1982 werd Jan op de eerste plaats gezet van de CPN-lijst. In juni werd hij beeedigd. Andere raadsleden zijn Dick Tesselaar, Gijs de Vries, PietHein Schoute, Jan Hoekema en andere mensen die later burgemeester of bestuurder van een organisatie zouden worden. Kortom: het was een raad met kwaliteit. En vanaf die tijd gaat Jan er vol op. Er gaat bijna geen week voorbij, of Jan staat in de krant. En dat kon gaan over allerlei onderwerpen. Altijd koos Jan de kant van de gewone inwoners van Leiden.

Jan had niet veel op met feminisme. Het kwam hem zelfs op een openbare ruzie te staan met de Rooie Vrouwen van de PvdA. Jan had namelijk gezegd dat een werkloze die op een fulltime baan solliciteert voorrang moet krijgen op een vrouw die een deeltijdbaan wil vervullen. Bijvoorbeeld de vrouw van een advocaat. Hij zei dat het vooral de vrouwen van de intellectuelen waren die vonden dat er nog iets anders was dan Klassenstrijd. Hij kon zich er ook behoorlijk plastisch over uitdrukken: toen er eens een voorstel kwam om vrouwelijke architecten de voorkeur te geven boven mannelijke, zei Jan “het zal me worst wezen of er een mannelijke architect moet komen; waar het om gaat is wat hij of zij kóst. En niet of het iemand is met tien of met elf vingers.

Maar toen werd het 1984.

Binnen de CPN had de klassenstrijd steeds meer afgedaan, en werd juist het feminisme steeds belangrijker gevonden. Tegelijkertijd waren er steeds meer mensen die gestudeerd hadden lid geworden van de CPN, en die vonden het politieke debat belangrijker dan het werk in de wijken. Ook in Leiden veranderde de CPN. Er waren mensen die wilden samenwerken met de PPR en de PSP, en de CPN en Jan kwamen steeds verder van elkaar af te staan.

Een dieptepunt kwam in mei 1984. De CPN-er August Hans den Boef schreef een opiniestuk van bijna een halve pagina in het Leidsch Dagblad waarin hij de vloer aanveegde met Jan en de kant van de CPN waar Jan voor stond. Dat ging niet zachtzinnig. Hij noemde Jan “het mannetje dat zo graag op een stoel gaat staan om bevolking uit wijken en buurten toe te spreken”.  Ook had Den Boef kritiek op de politieke lijn van Jan: Jan had vóór de aanleg van een kunstgrasveld gestemd voor de elitesport Hockey, hij ziet de individualisering van de inkomens (in feministische zin) niet zitten, en is hem de medezeggenschap in het onderwijs een zorg.

Ik heb geen idee wat Den Boef bedoelde met “individualisering van de inkomens (in feministische zin)”, en bij het onderwijs moet het natuurlijk gewoon vooral gaan om de kwaliteit van het onderwijs: de medezeggenschap bij InHolland was vast erg goed geregeld. Over de hockeyvelden heb ik het ook nog met hem gehad. Hij zei me dat als de arbeiders het overnemen, er goede en mooie sportvelden moeten zijn voor de arbeiderskinderen om op te hockeyen. Ik vond dat een mooie gedachte, en heb het later, toen ik zelf volksvertegenwoordiger en wethouder was, altijd als een les meegenomen: de buitenruimte, sportvoorzieningen, moeten op orde zijn. Zodat iedereen, vooral de gewone inwoners van de stad, er gebruik van kan maken, en er van kan genieten.

In november 1984 werd het conflict met de CPN steeds groter. De besturen van CPN, PPR en PSP willen ook op lokaal niveau steeds meer met elkaar samenwerken, terwijl Jan zijn eigen lijn bleef trekken. Uiteindelijk heeft hij zijn lidmaatschap van de partij opgezegd. Ik weet dat dat heel moeilijk voor hem was. Die partij waar hij zo veel tijd in had gestopt, en waarvoor hij zo hard had gewerkt was zo ver van hem vandaan komen te staan, en de aanvallen op zijn persoon waren zo hard en zo persoonlijk. Daar heeft hij erg onder geleden. Het waren, net als bij de PvdA ook hier weer de “intellectuelen”  die het beter wisten en hem geen kans wilden geven. Dat dat juist in de CPN gebeurde heeft hem heel veel pijn gedaan.

De laatste twee jaar van zijn raadslidmaatschap was het vuur er dan ook grotendeels uit. Hij bleef in de raad zitten, maar als partijloos lid. De VCN slaagde er niet in om in Leiden een organisatie van betekenis op te bouwen. Overigens is dat nergens echt gelukt.

Voor mij was hij een politiek leermeester. Ik kwam graag bij Jan en Jopie thuis. We spraken veel over politiek, rookten zware shag en dronken koffie. Er werden ook grappen gemaakt; ik wist nooit zeker of er niet echt een schietbaan onder het huis zat.

De laatste keer dat we elkaar spraken, ik was toen net verloofd, waren zijn overtuigingen nog lang niet verdwenen. Mijn toenmalige vriendin, nu mijn vrouw, studeerde rechten, en kreeg de opdracht van Jan om vooral de kant van de sociale advocatuur op te gaan.

Dat Jan zijn geweten volgde is de waarderen. Het feit dat je namens een politieke partij als volksvertegenwoordiger aan de slag bent gegaan, ontslaat je immers niet van de mogelijkheid er een politieke mening op na te houden. Hij is altijd blijven geloven in de klassenstrijd, maar was absoluut niet blind voor de fouten die in de Sovjet-Unie of in de Communistische Partij gemaakt werden. Maar wat bij hem altijd voorop stond, was de vraag “wat betekent het nou voor gewone mensen”. En dan kon het om de huur gaan, de prijs van het gas of de sport. En vervolgens kwam dan de vraag “wat gaan we eraan doen?”. In die zin was Jan een type politicus waar we vandaag de dag een groot tekort aan hebben.

Vrijdag 03 Augustus 2012 om 17:49

De echte vijand van Nederland: de ov-chipkaart

De verkiezingen komen eraan, en de Nederlandse politieke partijen, althans de serieuzere onder hen, hebben een probleem. Aan de ene kant willen ze zo veel mogelijk mensen aan zich binden door zo min mogelijk mensen af te schrikken (reden om en masse mee te varen met de gay pride, bijvoorbeeld: de nieuwe politiek-correcte "must-do"); aan de andere kant zijn er vijanden nodig. Je moet immer laten zien waar je tegen bent. Vandaar dat Hans Spekman vandaag in de Volkskrant zich nog eens afzette tegen de SP, de SP tegen de huidige coaltiepartijen VVD en CDA, CDA tegen de PVV (nu wel), de PVV tegen de VVD (en tegen Europa) en de VVD tegen zachtjes rijden op de snelweg, betutteling en overbodige regels. Oh, en Groen Links is ook ergens tegen, maar ik weet niet precies wat.

Natuurlijk hebben we na de verkiezingen elkaar weer nodig, dus al dat vijandschap kan rustig met een korrel zout genomen worden. Behalve dan als je graag in de oppositie wil zitten. 

Vijandschap werkt! Alle politieke leiders weten het: hoe meer je mensen ervan kan overtuigen dat er een vijand is, hoe meer er een noodzaak is om "met zijn allen tegenaan te gaan". Theater gaat om conflict en actie, en nergens wordt het politieke theater beter gespeeld dan met een (al dan niet kunstmatig gecreeerde) vijand.

Het is dan ook jammer en nutteloos dat de politieke partijen elkaar als vijand betichten. Of politiek waar andere partijen (of zijzelf) verantwoordelijk voor waren. Zoals ik net al schreef: na de verkiezingen hebben ze elkaar weer nodig. En bovendien: het is overduidelijk wie de grootste vijand is van Nederland en het Nederlandse volk.

De OV Chipkaart.

Als je vroeger met de trein ging kocht je een kaartje en ging je naar het perron. Als je niet wist waar je naartoe moest, was er een mijnheer met een pet en die kon je helpen. Maar de mijnheer werd te duur, en het kaartje was te ingewikkeld, dus het moest allemaal makkelijker en met plastic. En toen kwam de OV Chipkaart.

De OV Chipkaart is hét voorbeeld van wat er mis is in Nederland. Het begint met de basis: waar je vroeger een papiertje had waarop stond dat je betaald had voor een reis van A naar B, heb je nu een plasticje, waarop je vooraf moet betalen, en als je dan gaat reizen, wordt er het maximale bedrag afgehaald, waarbij dan dat gedeelte dat je niet verreisd had, teruggestort wordt. Dit betekent dat jij, als reiziger, twee keer het vertrouwen moet bieden aan een anoniem apparaat (door de kaart te laden), terwijl  je niet kan controleren of dat goed gaat.

Maar zo werkt vertrouwen toch niet? Vertrouwen moet van twee kanten komen.

Tegelijkertijd is het opladen en reizen ondoorzichtig. Vooral voor 65+-ers, die verschillende niet-compatibele abonnementen kunnen hebben, zodat ze met twee of drie kaarten moeten rondlopen. Ook de logica van dat je met de bus of tram wel moet uitchecken en met de trein niet ontgaat me. De uitzondering daarop is natuurlijk als je met de Thalys rijdt maar van een ander station komt: om de zakkenrollers een beetje te helpen moet je dan eerst naar de stationshal om uit te checken, en dan weer naar boven.

De website OV-chipkaart is een grap. Als je meerdere kaarten hebt (bijvoorbeeld als je kinderen hebt), moet je voor elke kaart een apart account aanmaakt. Maar dat kan weer alleen als je met windows explorer werkt. 

Als je dan een keer een kaart hebt aangevraagd, en er saldo op hebt geladen, is dat nog geen garantie dat je met de trein mag. Je moet eerst een "reisproduct aanvragen". Ik weet niet precies wat dat is, maar het schijnt een soort toestemming van de NS te zijn om met in hun vaak smerige wagons vervoerd te mogen worden. Tsja, wie wil dat nou niet. En het is iets toverachtigs dat op die kaart gezet moet worden. 

Hier kom je alleen achter als je een conducteur tegenkomt, maar gelukkig is dat niet zo vaak. De informatie wordt gegeven op borden, en de controle vindt straks plaats met poortjes. 

Kortom: de OV-chipkaart is een slecht uitgewerkte oplossing voor een niet bestaand probleem. Een megalomaan plan dat miljarden kost, en mensen degradeert tot transacties die met een succesgraad van een procentje of 95 worden afgehandeld. Het is de ontmenselijking van het vervoer, en symbool voor de anonimisering van de Nederlander en alles wat hij doet. OV Chipkaart is de vijand van Nederland.

Donderdag 02 Augustus 2012 om 23:19

IM Jan Brands