Ambtseed

beediging

Vandaag nam ik de ambtseed af van een kleine 25 nieuwe deelgemeentelijke ambtenaren. Een aantal werkt hier al een paar maanden. Ik kan me voorstellen dat mensen die voor het eerst bij een overheid gaan werken zich afvragen of er geen alternatieven zijn voor de bureaucratie en de regeltjes waar we ons mee bezighouden. Extreem gesteld: de meest efficiente manier van overheidshandelen is snel je vrienden bevoordelen en je vijanden zo veel mogelijk weghouden. Dat is een model van staatsinrichting waar we in Nederland niet voor gekozen hebben.

Eén van de belangrijkste dingen die we dan ook doen is de democratisch gelegitimeerde overheid in stand houden. Willekeur, uitsluiting, zelfverrijking; we willen het niet.

Van ambtenaren wordt niet verwacht ze geen fouten maken. Het zijn immers mensen. Van ambtenaren wordt wél verwacht dat zij de overheid vertegenwoordigen, en dat doen op een transparante en eerlijke manier. Zonder specifieke beloften aan bepaalde mensen, zonder zichzelf of hun vrienden of families te verrijken

Alleen zo kan het Dagelijks Bestuur politiek verantwoordelijk zijn voor het handelen van ambtenaren en alleen zo kunnen de gekozen volksvertegenwoordigers hun werk doen.

Voor raadsleden, wethouders en burgemeesters geldt op grond van de Gemeentewet een verplichte eedsaflegging. In het kader van de bescherming en de bevordering van de integriteit is de discussie omtrent de herinvoering van de ambtseed voor gemeenteambtenaren weer actueel geworden.

In Rotterdam is de ambtseed op 1 juli 2003 ingevoerd. Het afleggen van de ambtseed of –belofte is bij uitstek een gelegenheid voor de gemeente als werkgever om te wijzen op het belang van de overheid als handhaver van de democratische en rechtstatelijke waarden.

Door de beëdiging of belofteaflegging laten ambtenaren zien dat zij zich bewust zijn van hun bijzondere positie als vervuller van een openbare functie en van de consequenties die dit heeft voor hun integriteit. Deze integriteit dient gekenmerkt te worden door betrouwbaar en zorgvuldig gedrag.

Natuurlijk geldt ook zonder de beëdiging of belofteaflegging dat de ambtenaar is gehouden zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, maar met het afleggen van de eed of belofte bevestigen zij expliciet op de hoogte te zijn van het bestaan van de regels en committeren zij zich daaraan.

De ambtseed of -belofte kan in het Nederlands of in het Fries afgelegd worden. Er kan gekozen worden tussen de eed of belofte, en bij belofte kan er gekozen worden tussen “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” of  “Zo waarlijk helpe mij Allah met deze verantwoordelijkheid”.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.