Bakkeveen

In de jaren ’70 van de vorige eeuw ging ik met mijn ouders en zusje (en nog later mijn broertje) naar Volkshogeschool  “Allardsoog” op de Jarig van der Wielenwei in Bakkeveen. Er werden trainingen gegeven in gebarentaal en je kon er andere broertjes en zusjes van dove kinderen ontmoeten. Geen idee waarom dat nu juist daar plaatsvond. Het is overal ver vandaan. Met het openbaar vervoer was het zo goed als onbereikbaar en de voorzieningen waren er zelfs voor de begrippen van de jaren ’70 scharrig.

In het midden van de jaren ’80 heb ik er een paar zomers kampen begeleid. Activiteiten georganiseerd, speurtochten uitgeschreven. Dat soort dingen. Om de reiskostenvergoeding (op basis van 2e klas openbaar vervorer) te kunnen tocheren liftte ik er wel eens heen. Dit was soms moeilijk, want niemand reed er naartoe. Er waren niet alleen kampen waar zowel dove kinderen als hun ouders en broertjes en zusjes naartoe gingen: ook kampen voor alleen dove (soms dubbelgehandicapte) kinderen, wat als voordeel had dat ik eindeloos piano kon pingelen en accordeon kon spelen. Er was toch niemand die het hoorde.

In 1987 speelde ik in de band Jan O en de 7 dwergen. Deze band heette later Histoire d’O, en daarvoor Jan O en de winnaars van de grote prijs 1986. Samen met zanger Jan O, gitarist Toon Moerland (je weet wel, later van Hallo Venray), drummer Andrew Speaker (later M “Baaf” Stavenuiter, die later naar de Bob Color ging), bassiste Yosha Margerita (die nog bij Gruppo Sportivo heeft gespeeld) en een celliste waarvan me de naam ontschoten is, wonnen de publieksprijs van een voorronde van de Grote Prijs van Nederland en werden we op enig moment zo groot in het clubcircuit dat Rowwen Heze in ons voorprogramma speelde. We hadden behoorlijk wat fans, waaronder Birgit Broekhoven.

We speelden nummers als Rick is a VIC, The Swiss Polders (een reactie op de Dutch Mountains van de Nits), De Willem Alexander rap, (klik hier dan zie je me optreden als 18-jarige). Rock-Amadour en het Zeeuwse Woar mok noe noar toe. Je kon de nummers makkelijk herkennen: die in majeur waren van Jan O, die in mineur van mij. Waaronder het nummer Bakkeveen, dat ik geschreven had in, u raad het al.

De basis van dit nummer was een chromatisch aflopende baslijn, die ingezet werd door de bas, waar de accordeon melodieus en melancholiek overheen kwam. Dan de drums op een manier die we hadden afgekeken van Phil Collins bij Agains all Odds en dan een zeer scherpe gitaarsolo. La nuit tombe, je tombe. Mon lit reste vide sans toi.

Op enig moment vonden we dat we een single uit moesten brengen. Op de A-kant kwam Hoi Hoi La La en op de B-kant kwam Bakkeveen.  We hebben ons bij alle Nederlandse labels aangeboden, maar niemand wilde ons hebben. We hebben de plaatjes dus zelf in Belgie laten drukken. Ze waren schots en scheef gedrukt, soms krom en er was niet genoeg geld om alle singles van een hoesje te voorzien, maar we bestonden. Het zijn inmiddels collectors items die op de markt maar liefst € 18.- moeten opbrengen. De single is een paar keer op de radio geweest, onder andere ruim 20 seconden bij Ron Flon Flon met Jacques Plafond, waar men medelijden met ons had omdat we helemaal uit Leiden naar Hilversum waren gekomen in een oude DAF om aan de radiobazen te vragen of ze alsjeblieft ons plaatje wilden draaien.

Het was een mooie tijd met alles wat bij Rock and Roll hoort. We repeteerden minimaal 2 keer per week, en hadden bijna elke week wel een optreden. Ik ging wel eens direct van een optreden naar college, dus op enig moment moesten er keuzes gemaakt worden en eindigde mijn carriere als rockmuzikant.

“Vooralsnog”, zeg ik daarbij.

Waarmee ik maar wil zeggen dat Bakkeveen een warme plaats in mijn herinneringen inneemt. Maar voor de rest is dit dit pittoreske plaatsje waar de provincies Groningen, Friesland en Drente bij elkaar komen net zo obscuur als onbereikbaar, dus een verkeerde keus om een campagne-aftrap te doen.

Reacties (1) Reageer

  1. Van http://www.leiden.pvda.nl/nieuws/nieuws_item/t/beleidsakkoord_bestuursakkoord_en_terugblik

    De Robbert Baruch uit Rotterdam (bouwjaar 1967) heeft in Leiden politicologie gestudeerd. Deze (tenzij er nòg iemand met die naam rondloopt) hing in zijn studententijd wel eens op Catena e.d. rond met zijn onafscheidelijke neef, de muzikant Jan Obbeek (beter bekend als Jan O.), alwaar zij opvielen door hun overrompelende tactiek om vrouwen te veroveren, nl. als hechte eenheid. ‘Trotskistisch’ vind ik daar dan weer net een beetje een te groot woord voor en verder reikt mijn kennis niet. Enfin, hij gaf toen al blijk van een ondernemende geest en strategisch inzicht, al zou ik niet kunnen zeggen of ze er ooit succes mee hadden.

    Dan de kwestie Robbert Baruch. De trotskistische Baruch is zijn oom en allang dood. Robbert is pas 42 en een grote aimabele beer. Hij was vier jaar Statenlid voor de PvdA in Zuid-Holland (2003-2007) en werd in 2006 deelgemeentewethouder van Feijenoord, totdat hij in 2009 door de deelgemeenteraad werd weggestuurd. Dat is geen schande, want politiek gezien is die deelgemeente bijna onbestuurbaar, zeker als je, zoals Robbert, erg hecht aan een integer openbaar bestuur.
    Kan partijgenoot Robbert Baruch niet worden gevraagd om te bemiddelen in de toekomst, nu zijn naam eenmaal is gevallen ?
    Dat die Baruch zo moeilijk te vinden was, verbaast me. Kijk hier http://www.leiden.pvda.nl/weblogs/marije/marije_item/t/meeuws#r_3067 waar toen nog de man in de provincie zijn visie op het meeuwenprobleem geeft. Wie weet wat hij nog meer aan denkkracht in huis heeft.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.