Bij de bat mitswa van mijn dochter

In de synagoge waren volgens mijn echtgenote 200 mensen aanwezig; volgens mij 300. Het zullen dus wel 200 mensen geweest zijn. In het middelpunt; onze dochter M die een gedeelte van de dienst leidde en voorlas uit Thora en de Haftara.

Sommige mensen vroegen zich af waarom ze nou waren uitgenodigd. Andere mensen vragen zich af waarom er een blog over geschreven wordt. Ik zal proberen dat uit te leggen.

Maar eerst wat achtergronden van de bat mitswa zelf. Volgens de mishna (nidda 5:6) geldt, dat als een meisje twaalf jaren en een dag oud is, haar beloften blijvend zijn. Ook wordt daar gezegd, dat die geldigheid bij jongens pas ingaat als ze 13 zijn. Er zijn in ieder geval twee redenen voor dit verschil. Volgens Maimonides zijn meisjes eerder biologisch volwassen, daarmee eerder in staat te trouwen en niet meer onder de verantwoordelijkheid van hun ouders te vallen.

Maar er is nog een verklaring: bij de schepping werd van de man een rib weggenomen, waar de vrouw van werd gemaakt. De torah gebruikt voor het “maken” van de vrouw met het rib het woord wajiewen, hij bouwde (van bonee, bouwen), dat dezelfde stam heeft als bina, wijsheid. Daaruit wordt vastgesteld dat wijsheid bij de vrouw eerder komt dan bij de man. De meerderjarigheid en verantwoordelijkheid gaat terug tot talmoedische tijden..

Nieuw is het feest en de ceremonie. Hoewel er een bron is die zegt dat al aan het einde van de 18e eeuw al feestelijke maaltijden werden gehouden ter gelegenheid van de bat mitswa van een meisje (Abraham Chai ben Chayim Isaac Mussafia, volgens de Sefardische Opperrabbijn van Israel, Yitschak Nissim), werd tot de 19e eeuw de bat mitswa niet gevierd. En toen het gebruik in Europa (met name in Italië), Egypte en Bagdad ingeburgerd raakte, was het nog door een zegening in de privésfeer, een oproep voor de torah voor de vader van het meisje, een voordracht van de Rabbijn en een openbare voordracht van het meisje over Joodse aangelegenheden. Een bat mitswa zoals we vandaag vieren is een moderne Amerikaanse uitvinding. In Nederland dateert de eerste aankondiging van een bat mitswa in het NIW van de ouders van Keetje Wurms uit Amsterdam. Keetje is overigens maar 29 geworden.

Eén van mijn favoriete rabbijnen uit de Talmoed is Rabbah bar bar Channa. Niet alleen vanwege zijn bizarre naam (eigenlijk heette hij Rabbah bar Channa bar Channa) en omdat hij een beetje een outsider is (net als een andere favo van me: Nachum Iesh Chamzu, wat ‘Nachum de man van “Ook dit” ‘betekent), Rabbah bar bar Channa was de man van de stoere reisverhalen. Meestal overdreven en fantastisch; het waren dan ook parabels. Eén van zijn reisverhalen gaat erover dat hij met een boot onderweg was en een eiland zag. Met zijn reisgenoten ging hij van boord en ging op het eiland barbecueën. Het eiland bleek geen eiland te zijn, maar een vis. Die vond het maar niets dat er op zijn rug een vuurtje gestookt werd, dus hij draaide zich om. Rabbah en zijn vrienden konden zich maar ternauwernood redden en moesten terugzwemmen naar de boot. De verklaring is als volgt: de boot staat voor de Thora. Voor mensen geldt, dat je je soms veilig waant, maar dat die veiligheid vals kan zijn en dat je dan terug moet kunnen zwemmen. Eén van de redenen om onze kinderen kennis mee te geven van de gebruiken van onze voorouders, is omdat mensen, ergens tijdens hun leven, zich existentiële vragen kunnen stellen als “wie ben ik?”. En dan is het fijn als je terug kan zwemmen. Of je het doet, is overigens een vrije keuze. Dat dan weer wel.

Maar er is nog wat anders. En dat heeft te maken met het gedeelte van de Thora dat we deze week lezen: Bamidbar; het eerste stukje van het boek Numeri. Bamidbar betekent “in de woestijn” en is het eerste onderscheidende woord van het eerste gedeelte van het vierde boek van de torah. Het bestaat uit de verzen Numeri 1:1–4:20. Het gedeelte bestaat uit 7.393 letters, 1.823 woorden en 159 verzen. Dit gedeelte gaat over de volkstelling die gehouden wordt, en de plichten van de priester. In een jaar tijd wordt de hele Torah gelezen. Het boek Bamidbar — „In de woestijn” — begint met de opdracht aan Mosjé om een volkstelling te houden onder de mannen boven de leeftijd van twintig jaar— oud genoeg om dienst te doen. De telling levert iets meer dan 600.000 op. De Levieten worden later apart geteld. Zij zullen verantwoordelijk zijn voor het transport van de draagbare tempel en alles wat daarin staat en om dat weer in elkaar te zetten wanneer het volk zijn leger opslaat.

De stammen van Israël, ieder met zijn banier, worden in vier afdelingen rondom het draagbare tempel gerangschikt: oost, zuid, west en noord. Omdat de stam Levie apart gehouden wordt, wordt de stam van Jozef in tweeën gesplitst, Efraïm en Menasje, zodat er vier groepen van drie ontstaan. Wanneer het volk reist, gaan zij in dezelfde formatie als waarop zij gelegerd zijn in een kamp. De rol van de eerstgeborenen wordt ingenomen door de Levieten omdat zij niet bij het gouden kalf gezondigd hebben. De uitwisseling vindt plaats tegenover al de 22.000 Levieten van een maand en ouder. Maar alleen Levieten tussen de 30 en 50 jaar zullen in het draagbare tempel werken. De zonen van Levie worden verdeeld in drie families, Gersjon, Kehat en Merari (behalve de Kohaniem – een speciale afdeling van de Kehat-familie). De familie Kehat droeg de menora, de tafel en de Heilige Ark. Vanwege zijn grote heiligheid mogen de Ark en het altaar alleen door Aharon en zijn zonen worden ingepakt, voordat de Levieten het voorbereiden voor de reis.

Enige tijd geleden wilden ze ook Joden tellen, maar dan (Godwin alert!) uitkomen op nul. En dan citeer ik mijn grootmoeder: “They tried to kill us all. But look at us now”. Een individuele stap van een klein meisje als gevolg van de tortuur van de ouders wordt zo een politieke daad: we laten daarmee zien dat we bestaan, en doorgaan met onze tradities. En daar mag iedereen getuige van zijn.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.