Burgers

Iemand stuurde me een mailtje naar aanleiding van het feit dat we tegen het voorstel om anderen dan gekozen statenleden zitting te laten nemen in de commissies hebben gestemd. Belangrijkste argument was dat het volgen van alle commissies tijdrovend werk is.

Het was een leuk voorstel, vooral omdat het de essentie raakt van het “volksvertegenwoordiger zijn”; wat maakt je nu anders? Iedereen kan immers het woord voeren in een commissie (althans, in de daarvoor bestemde tijd aan het begin van de vergadering), en iedereen kan de beslissers op de hoogte brengen van zijn of haar visie.

Het eerste verschil is van praktische aard; statenleden krijgen een aantal voorzieningen waarmee ze de mogelijkheden krijgen deel te nemen aan de besluitvorming (bijvoorbeeld een laptop, toegang tot een besloten intranet, een toegangspasje en nog zo wat zaken). Hoe hou je het binnen de perken? We zijn al met zijn 83-en, en dat levert al genoeg logistieke problemen op.

Het tweede verschil is belangrijker: de statenleden hebben een mandaat. Zij vertegenwoordigen een grote groep mensen (ongeveer ter grote van de kiesdeler) die op hen gestemd hebben. Als je nu anderen dan statenleden laat meebeslissen over zaken, ondergraaf je het democratische spel; mensen met minder stemmen kunnen dan relatief meer doen. Waar leg je dan een grens? Iedere andere dan de huidige is arbitrair.

De beste manier om meer invloed te krijgen is door goed je best te doen, en bij een volgende verkiezing met meer mensen in de kamer te komen. In de tussentijd kan je proberen samen te werken met andere partijen. Bijvoorbeeld zoals SGP en Christenunie in de Staten doen.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.