Drie briefjes met ons eigen verhaal.

Kabinet Den UylToen ik in Feijenoord aantrad als Dagelijks Bestuurder, kreeg ik van mijn voorganger drie briefjes, en de raad om bij een politiek probleem een briefje open te maken. Bij mijn eerste conflict maakte ik een briefje open. Er stond op “geef de schuld aan de vorige bestuurders”. Ik heb die raad opgevolgd. Enige tijd later was het weer zo ver, en maakte ik het tweede briefje open. “Geef de schuld aan de complexiteit van de zaak en bied je excuses aan”, stond erop. Wat ik deed. Toen  ik een jaar later weer in de problemen kwam maakte ik het laatste broefje open. Er stond op: “Schrijf drie briefjes”.

Natuurlijk is dit niet echt gebeurd, maar het is een mooi verhaal waar ik gisteravond aan moest denken toen ik bij de Haagse PvdA zat te genieten van een avond over Joop den Uyl. Anet Bleich sprak, en Henk Kool, en Jos van Kemenade. Van Kemenade was minister in het Kabinet Den Uyl (1973-1977). Ik kan me niet veel van dat kabinet herinneren, anders dan dat we zowel tijdens de verkiezingen van 1973 als die van 1977 sportdag hadden, op de Montessorischool aan de Louise de Colignylaan in Oegstgeest. In 1973 zat ik trouwens nog op bij Mevrouw Pannekoek in de klas op de dependance op de Endegeesterstraatweg; tegenover en naast Endegeest in een gebouw dat (en de weg ernaartoe ook) beschreven staat in “Terug naar Oegstgeest” van Jan Wolkers. Eén van de best bewaarde geheimen is dat ik zowel bij Jan Wolkers, AW Kist als Ramses Shaffy op school zat, al zaten er wel wat jaren tussen.

In het Kabinet Van Agt I, dat volgde op het Kabinet Den Uyl, hebben ze alleen maar dat eerste briefje open gemaakt. En het lijkt er soms op, dat de kabinetten erna hierop doorborduurden: het Kabinet Den Uyl zou alleen maar vechtend over straat gerold hebben, niets voor elkaar gekregen, en -bovenal- geld, heel veel geld hebben uitgegeven.

Van Kemenade nuanceerde dit beeld gisteravond. Refererend aan een -ahum- huidige discussie herinnerde hij de zaal eraan dat het Kabinet Den Uyl bij aankomst meteen de Ministriële salarissen met 10 procent kortte. De Publieke Opinie reageerde lauwtjes: “Kunst met zo’n inkomen”. Maar er was meer. En van sommige van de beslissingen is het goed ze nog eens te noemen:

Verhalen uit de eerste hand waren er ook van Kamerlid Angelien Eijsink; zij was in die tijd kleuterjuf en zag haar klas krimpen van 40 naar 35 leerlingen, maar zag geen -beloofde- salarisverhoging. Wethouder Rabin Baldewsingh (waarmee ik weer op de middelbare school zat) legde uit hoe hij in Leiden terecht kwam: als gevolg van het spreidingsbeleid (!) en de onafhankelijkheid van Suriname. Trouwens: over de gastarbeiders die toen naar Nederland kwamen, heeft Den Uyl eens gezegd: “Niet zomaar, als de conjunctuur aantrekt, bij duizenden gastarbeiders hier naartoe halen. Dat is niet verantwoord tegenover hen, en niet tegenover de omstandigheden in dit land.”. Maar ja, het bedrijfsleven schreeuwde om goedkope arbeidskrachten.

Natuurlijk is alle kritiek op het Kabinet Den Uyl al vaak genoemd: dat hij in de vroege jaren 70 in het geheim hulp aan Arafat had aangeboden, dat hij de tweede set steekpenningen (van Northrop) geheim had gehouden en vast veel meer.

Maar waar het me om gaat is dat het beeld dat van Den Uyl wordt neergezet éénduidig negatief is. Alleen dat eerste briefje is opengemaakt. Terwijl wij juist nu vast moeten houden aan ons eigen verhaal, namelijk dat rechtvaardige spreiding van inkomen, macht en kennis nog steeds actueel is. Misschien wel actueler dan ooit.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.