Een teleurstellende avond (voor Robert Barogh)

Al eerder schreef ik over de heer Caymaz. Na een vervelelende periode (verloren geraakt in de deelgemeentelijke bureuacratieën) kon hij weer shoarma verkopen op het Zuidplein. Dit was vooral te danken aan zijn buurvrouw, die hem hielp bij het schrijven van brieven. Als je even kennis maakt met mijnheer Caymaz, blijkt hij een verrassend mens. Niet alleen verkoopt hij shoarma; hij heeft filosofie gestudeerd, denkt na over gezonde voeding voor kinderen uit de omgeving. Maar dat is niet alles; mijnheer Caymaz is ook theatermaker, dichter en bedenker van ideeën over hoe we het Zuidplein leuker en gezelliger kunnen maken. Mijnheer Caymaz is daarmee een voorbeeld van veel mensen “op zuid”; getalenteerd, betrokken, hardwerkend, en met talenten waar veel meer mee gedaan kan worden.

Vanavond heb ik weer eens een broodje bij hem gegeten en bijgepraat; ik was ind e buurt want ik had een bijeenkomst in het theater op het Zuidplein. Over cultuur. “Het culturele hart van zuid”.

Dat ik een paar minuten te laat was, was mijn schuld, maar dat was nog geen reden om mij een badge te geven met de naam “Robert Barogh” erop.

Tijdens de inleiding waren een aantal Hoge Pieten uit de Rotterdamse cultuurwereld uitgenodigd om Verstandige Dingen te zeggen. Er werd ook veel verstandigs gezegd, maar er was ook wel wat prietpraat bij. Zo was er een mevrouw van de International Blablabla Belangrijk Belangrijk foundation, die vertelde dat ze wel vier keer op zuid was geweest. Nou, voor een zo, belangrijke Rotterdamse organisatie, is dat verduveld weinig. Waar ik me vooral erg aan ergerde, was dat ze daarmee vooral liet zien dat ze vond dat Zuid helemaal niet bij Rotterdam hoorde. En dat het een soort antropologische exercitie was om eens te kijken of daar ook”iets met cultuur” gedaan kon worden.

Toen volgde een man van een kunstcentrum die zijn inleiding begon met eens even fijn op Feijenoord spugen, waar ze niets beter weten te doen met jongeren dan ze “een podium geven”. Ik reageerde erop met de subtiliteit die mij in dergelijke gevallen zo kenmerkt.

Enfin, wat volgde was een verder alleszins redelijke discussie. In een uitstekende workshop (waarin we tot de conclusie kwamen dat we toch vooral de al aanwezige talenten moesten bevorderen, niet teveel moesten beloven, en uit moesten gaan van eigen kracht van Zuid), werd gevraagd om “iets wat we meteen konden doen”. “Praten met mijnheer Caymaz!”, was mijn eerste advies. Bij de samenvatting van de avond werd er van uitgegaan dat ik dat in overdrachtelijke zijn bedoeld had. Dus niet: we moeten écht met hem gaan praten. En zeker die cultuurmensen die Zuid alleen van de plaatjes en verhalen kennen.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.