Goed na de oorlog: Kamerleden bewijzen hun ongeschiktheid

Politicus is geen makkelijk beroep. Er worden nogal wat dingen van je verwacht die nauw luisteren. Op te vallen zonder af te schrikken, debatteren zonder van mening te veranderen, de pers zoeken zonder je naaste collega’s te verrassen, de indruk wekken dat je autonoom bent en loyaal zijn aan je fractie. Door na afloop van je Kamerlidmaatschap breed uit te meten hoe miskend je wel niet bent, bewijst dat je het vak niet snapt.

©Roel Dijkstra / Foto: Joep van der Pal
Rotterdam – Robbert Baruch plaatst afvalcontainer

September 2006. Eén van mijn eerste grote daden als Dagelijks Bestuurder/Wethouder van de Deelgemeente Feijenoord was het in gebruik nemen van een ondergrondse container. Als portefeuillehouder Buitenruimte was ik opeens verantwoordelijk voor het schoon (en heel!) houden van de straten en perken, dus een dag of twee na mijn installatie en beëdiging stond ik met een kastje in mijn handen waarop twee knoppen zaten, en een duidelijke instructie dat ik de linkerknop in moest drukken.  Nadat de pers er plaatjes van hadden geschoten deed ik dat braaf. De vuilcontainer zakte in de grond en ik nam blij het applaus in ontvangst. Tegen de journalist zei ik iets over het belang van schone straten voor de leefomgeving en de rol die ondergrondse vuilcontainers daarbij speelden. Precies wat mij voorgeschoteld was. Trots verliet ik de bouwplaats.

ROTEB

Ik had natuurlijk niets gedaan. De ROTEB (één van de meest onderschatte bedrijven van Nederland, trouwens) had veel werk gedaan om het kreng geplaatst te krijgen. Mijn voorganger had het beleid geaccordeerd. De ambtenaren hadden alles opgeschreven, bedacht, geregeld en naar financiering gezocht. De communicatiemedewerker had een paar slimme quotes verzonnen die ik genadeloos kon oplepelen. Mijn rol beperkte zich eigenlijk tot het bewegen van mijn linkerduim en het in ontvangst nemen van complimenten voor het werk dat anderen gedaan hebben.

Leider

De grootste fout die politici, bestuurders en anderen met macht kunnen maken, is denken dat zij het alleen kunnen. Leiderschap, of dat nu politiek of zakelijk is, bestaat er aan de ene kant heus wel uit dat je anderen kan laten doen wat je wil (het liefst op zo’n manier dat anderen dat met blij gemoed en denkend dat ze het uit vrije wil doen, doen), maar aan de andere kant is het het faciliteren van de ambities, het werk, de mogelijkheden van anderen. Een leider, bestuurder, directeur is ook een instrument van degenen die door hen geleid worden.  Waarbij soms het gemiddelde van alles wat mogelijk is, het meest haalbare is.

Politiek

Zeker in de politiek. Publieke macht, publiek geld en publieke waarden moeten in het publiek verdedigd en uitgelegd worden. Het belangrijkste wat je doet als politicus is niet het uitoefenen van macht, of het hebben van een mening; het belangrijkste is dat je de democratie verdedigt en in stand houdt. Of je nu van het Forum voor Democratie bent of de PvdA: een politieke partij is de organisatie die je in staat stelt een gekozen functie erin in te nemen. En dat betekent dat er van je verwacht wordt dat je je houdt aan de meningen, omgangsvormen en verdere mores die in die Partij zijn vastgesteld. Kortom: het gaat niet om jou.  Het gaat om de mensen die je gekozen hebben en die het mogelijk voor je maken: je stemmers en je partij.

Geweten

Daarnaast heb je een maatschappelijke verantwoordelijkheid en je eigen geweten. Er kunnen zaken zijn die zo dringend zijn, dat je het mandaat dat je hebt gekregen, moet ontstijgen. Door uit de school te klappen of door tegen je fractie in te stemmen. Of door zaken op zo’n manier te doen dat ze eigenlijk niet door de beugel kunnen (lekken of sprekers vertellen wat ze moeten zeggen, bijvoorbeeld). Dat brengt risico’s met zich mee, maar politiek – zo leerde ons Carel Polak– is nu eenmaal niet voor bange mensen.

Maar dat komt zeer zelden voor. In de meeste gevallen is politiek echt niet meer dan boren in hard hout, en moet je erop voorbereid zijn dat al je initiatieven mislukken, zoals Max Weber schrijft in “Politiek als beroep“.

Kwaliteit

Ik ben het met iedereen eens die zegt dat meer kwaliteit onder de Kamerleden welkom zou zijn. Ook het vaststellen van de kieslijst wordt nogal eens beperkt door de wens naar het best haalbare en het voorkomen van risico’s. Het is meer het invullen van een Sudoku geworden dan het resultaat van een zoektocht naar politieke kwaliteit. Maar dat laat onverlet dat het ambacht van een politicus er een is van blije dienstbaarheid aan de democratie, de samenleving en de partij. Politici die na hun Kamerlidmaatschap breed uitmeten hoe miskend ze zijn, hoezeer ze geleden hebben, hoe slecht het allemaal geregeld is en hoe goed ze het allemaal gedaan hebben of hadden willen doen bewijzen maar één ding: dat ze het niet begrepen hebben.

 

 

 

Reageren