Grassroots en Astroturf: de verborgen lobby

Voor het eerst in het bestaan van de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) is er een lid berispt. De betreffende lobbyist heeft aan (pseudo-)klanten (namelijk journalisten die deden alsof ze een bedrijf hadden) geadviseerd om voor het bereiken van commerciele doelen een ideele stichting op te richten. Daarmee handelt de adviseur in strijd met artikel 1.1 van het Handvest van de BVPA, dat zegt:

De public affairs beoefenaar is in alle gevallen open en eerlijk in zijn/haar contacten met politici, ambtenaren en andere belanghebbenden. Hij/zij spreekt altijd de waarheid over wie hij/ zij is en voor wie hij/zij werkt en welke belangen hij/zij vertegenwoordigt.

Ik weet niet zeker of de betekenis van dit artikel nu opgerekt wordt; als ik het goed heb begrepen heeft de adviseur alleen aan de (psuedo-)eigenaren van het (pseudo-)bedrijf geadviseerd om een stichting op te richten om de commerciele bedoelingen te koppelen aan een ideeel doel en zo makkelijker binnen te komen bij politici. Hijzelf sprak dus niet met politici namens die stichting, en deed zich dus niet anders voor; hij heeft het “slechts” geadviseerd.

Op zich is dat erg genoeg. Politiek kan alleen functioneren als duidelijk is wie precies welke belangen behartigt.

Toch zijn er kanttekeningen te maken.

Om te beginnen is het opmerkelijk dat het niet lobbyisten zijn die het voortouw nemen in het op oneigenlijke manier lobbyen, maar -alweer- journalisten. In 2011 speelde iets soortgelijlks in het Europees Parlement: daar deden  journalisten of ze lobbyist waren, en benaderden 60 Europarlementariers met de vraag of ze in ruil voor geld bepaalde amendementen wilden indienen. Drie Europarlementariers wilden dat wel. In dit geval ging het de journalisten om het aan de kaak stellen van het gedrag van Europarlementariers, waren het journalisten die omkochten, maar leidde het tot strengere regels voor… lobbyisten. Hoewel er geen bewijs was dat lobbyisten daadwerkelijk op dergelijke manieren te werk gingen. 

Ik ken de lobbywereld goed, en ik denk niet dat dit soort praktijken vaak voorkomt. Lobbyisten zijn immers afhankelijk van hun netwerk onder politici, en als je bekend staat als een omkoper gaat dat ten koste van je reputatie en wil niemand meer met je praten. Weg netwerk. Maar ik kan het ook niet uitsluiten. Zeker als het gaat om grote bedragen zijn opdrachtgevers bereid om grote risico’s te nemen. Ik ben het zelf alleen nooit tegengekomen.

Ten tweede: in de lobby wordt een commercieel doel bijna altijd aan een hoger doel gekoppeld, en het gebeurt wel vaker dat een commercieel doel mooi verpakt wordt. Er zijn hier twee smaken in: grassroots lobbying (ofwel indirect lobbyen) is de manier van lobbyen waarbij groepen burgers worden ingezet. Op zich is dat een goede manier van burgerparticipatie, maar het wordt problematisch als het wordt gebruikt om commerciele belangen te dienen. Soms weten de mensen zelf niet eens dat ze zo gebruikt worden. Het kan gebeuren dat een commercieel bedrijf (al dan niet gedeeltelijk) dezelfde belangen heeft als een groep burgers, en deze groep daarom financieel steunt. Ik heb in Brussel wel eens de Responsible Energy Citizens Coalition gezien:  een burgercoalitie voor schaliegas. Jaja.

Astroturfing is een manier van lobben waarbij een stichting met een ideeel doel wordt ingezet om de commerciele doelen te verbergen. Een voorbeeld hiervan is de National Smokers Alliance, een ideeele stichting die opkwam voor de rechten van rokers en er in slaagde sommige anti-rookwetten tegen te houden, totdat men erachter kwam dat onder andere Philip Morris erachter zat. 

Kortom: als de belangen groot zijn, kunnen bedrijven zich mooi vermommen. Dat is ook moeilijk met regels tegen te houden, want alle middelen worden ingezet: via de media, de wetenschap, burgerinitiatieven. In feite is iedereen die de politiek benadert lobbyist. Als een politicus zou moeten bijhouden met wie hij allemaal zou praten, zou hij daar alleen al een dagtaak aan hebben. Dat is dus niet de oplossing. Tranparantieregisters en Handvesten zijn maar een gedeeltelijke oplossing; omdat belangenvertegenwoordigers die zich verkleden als wetenschapper, woordvoerder, bezorgde burger of advocaat er meestal buiten vallen.

Een eerste oplossing zit bij de pers. Journalisten moeten zich bij ieder wetenschappelijk onderzoek, burgerinitiatief of handtekeningenlijst afvragen wie erachter zit en welk doel het dient. Wie heeft ervoor betaald? Wie heeft er baat bij? Deze vragen worden niet altijd gesteld. Soms is de naiviteit grenzeloos.

Maar de verantwoordelijkheid ligt vooral bij politici. Het is hun vak bovenstaande vragen te stellen, afwegingen te maken die breder zijn dan wat hen wordt voorgeschoteld en door te denken over wat de andere kant van het verhaal is.

Als zij geen eerlijke afweging maken is dat erger dan dat er een verkeerd standpunt wordt ingenomen, of zelfs dat er een bedrijf wordt bevoordeeld: het is het einde van de democratie. Politici moeten vriendelijk en argwanend zijn, en zich telkens afvragen of ze wel praten met wie ze denken te praten. 

Kortom: het is goed dat lobbyisten zich aan de regels houden, maar de verantwoordelijkheid om door te vragen, sceptisch en kritisch te zijn en beslissingen te nemen die in het belang zijn van de héle maatschappij berust bij de politici, en zij moeten dan ook daar op aangesproken worden. Als zij niet doorvragen is dat (hun) fout.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.