Haagse en deelgemeentelijke politiek raken steeds meer in balans.

Gisteren kwam de langverwachte kaderstelling voor het opbouwwerk in de deelraad ter sprake. Deze nota kent een lange voorgeschiedenis. De subsidierelatie met de huidige aanbieder van opbouwwerk wordt per 1 januari 2009 beëindigd, en er is een nieuwe aanbieder nodig. Daarvoor moeten we een offertetraject in (een Europese aanbesteding is daarvoor de enige optie), en daarbij moeten kaders meegegeven worden. Gisteren ging het daarover. Ten opzichte van de huidige situatie komen er een paar verschillen. De administratieve ondersteuning zal het héle opbouwwerk ten goede komen (dus niet meer alleen de bewonersorganisaties, zoals nu het geval is); allochtone- en zelforganisaties krijgen specifieke ondersteuning (zelfs mensen die daar speciaal voor vrijgemaakt worden). Maar waar het vooral om gaat is dat de deelgemeente haar rol als opdrachtgever beter kan invullen: door heldere kaders te stellen en jaarplannen en vorderingen daarin daaraan te toetsen.  De deelgemeente heeft natuurlijk niet de ambitie om de dagelijkse aansturing van de opbouwwerkers voor haar rekening te nemen. Nuja, en er waren tal van andere kleine en grote punten die aan de orde kwamen. De SP was weer terug in de raad na een lange afwezigheid, en het nieuwe raadslid George Verhaegen diende 10 amendementen in. Wat vooral opviel was dat de SP tegen administratieve ondersteuning van zelf- en dergelijke organisaties was.

Henk van Rijn (Leefbaar Rotterdam) zei in de tweede termijn dat hij geen behoefte had aan miereneuken. Ik complimenteerde hem met de vaststelling dat daarmee de deelgemeentelijke politiek in balans werd gebracht met de landelijke, waar immers die middag sexuele omgang met dieren strafbaar werd gesteld.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.