Het gaat goed met Nederland: Asher wordt 4.

Toen ik naar Amsterdam vertrok om met Paul Schnabel (die ziek bleek te zijn, en vervangen werd door Xandra Schutte) en Achmed Marcouch over “Het humeur van Nederland” te praten, vroegen de kinderen wat ik ging doen. “Ik ga naar Amsterdam, om te praten over hoe goed het gaat met Nederland”, zei ik, waarop mijn zoon Asher zei: “Dan moet je maar zeggen dat het goed gaat met Nederland, want ik word bijna 4”. Wat ik natuurlijk gedaan heb.

Asher heeft natuurlijk gelijk. Of het goed gaat, hangt voor veel mensen vooral af van hoe je zelf het leven beleeft. Toch zijn er wel redenen om je zorgen te maken. Ook na het lezen van het SCP-rapport.

Een aantal voorbeelden: deelname aan vrijwilligerswerk blijft afnemen. Ook al behoort Nederland tot de top; over de hele linie zetten steeds minder mensen zich vrijwillig in. Bij politieke organisaties neemt deelname af met 29%; bij het onderwijs zelfs met 36%! Bovendien blijkt uit ander onderzoek dat de rollen veranderen; veel mensen willen heus wel betrokken zijn, maar steeds minder mensen zijn bereid een substantieel aantal uren per week vrijwillig te werken of functies uit te oefenen die de steeds zwaarder wordende verantwoordelijkheden met zich meedragen.

Een ander voorbeeld is het gegeven dat de roep om een “sterke leider” steeds harder klinkt. Van zo’n 30% in 1994 tot het dubbele (en dus een meerderheid) een paar jaar geleden. Weinig hoopwekkend voor een land dat toch vervelende herinneringen moet hebben aan de roep om sterke leiders, en dan heb ik het niet alléén over 1619, 1672 of de prinsgezinden. 

Wat Achmed Marcouch terecht opmerkte en Jeltje van Nieuwenhoven ook al zei in een interview in de Volkskrant: burgers beschouwen zich soms als “consument”. Het gevaar bestaat dat daardoor politici en bestuurders zich als “leverancier” gaan zien en alléén voor de zichtbare en grote oplossingen gaan. Soms zonder de problemen écht aan te pakken. Een voorbeeld beschreef ik eens op Katendrecht. Werd ook weer genoemd in de Volkskrant van vandaag.

Problemen verdwijnen waar bestuurders verschijnen“,zei ik altijd maar, maar van Bart Tromp heb ik de uitdrukking net wat anders geleerd. Waar politici en bestuurders zich als beleidsleverancier zien voor de beleidsconsument en alléén gaan voor de snelle en zichtbare resultaten en niet voor het geploeter op goed onderhoud, het altijd erbij houden van de mensen en het -hoe moeilijk en taai ook- écht bezighouden met het oplossen van problemen ontstaat een politieke meta-werkelijkheid. De irrelevantie van het politieke proces wordt dan tragischerwijs nóg meer zichtbaar en de roep om de Sterke Leider die met één pennestreek Alle Problemen oplost nóg groter. Geen heel prettig vooruitzicht. Vooral niet voor mijn zoon Asher, die over een aantal decennia de troep weer moet opruimen.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.