History is not what’s happening.

De kranten staan vandaag vol met Ella Vogelaar en haar boek “twintig maanden knettergek”. Van wat ik er tot nu toe over gelezen heb, ben ik nog niet zo warm geworden dat ik onmiddellijk naar de boekwinkel ben gerend. Of ik echter, zoals Wouter Bos, de voorkeur geef aan Grisham, waag ik ook te betwijfelen: mijn dagen vul ik nu met Leo Strauss, Michael Walzer en Eric Voegelin. Bovendien kan ik niet skiën.

De geschiedschrijving zoals die nu plaats heeft, laat denken dat Ella Vogelaar een te defensief standpunt innam in het integratiedebat, en dat dat tot een diepgaand conflict leidde in de PvdA. Nu kan ik wat gemist hebben, maar voor zover ik me kan herinneren, was er vooral kritiek op de wijkenaanpak die maar mondjesmaat van de grond kwam, het gedoe met de woningcorporaties en een paar onhandige media-optredens. Toen het -bijvoorbeeld- ging over haar uitspraak over de Joods-Christelijke samenleving, heb ik me niet zozeer geërgerd aan wat ze bedoelde, maar aan hoe ze het zei, en welke voorbeelden ze gebruikte.

Het integratiedebat wordt binnen de PvdA al 20 jaar gevoerd, en, zoals dat hoort bij een brede volkspartij, lopen de meningen nogal uiteen. Ik kan me de tijd nog goed herinneren dat er binnen de PvdA grote groepen mensen waren die overdreven politiek correct waren en alles met de mantel der liefde wilden bedekken, maar ik kan me óók grote groepen mensen herinneren, die normen stelden en wilden confronteren. Tot die laatste groep mensen, durf ik nu wel in alle bescheidenheid te zeggen, behoorde ik zelf. Zo heb ik een keer tegen Ed. van Tijn, die zich vaak wat voorzichtiger uitdrukte dan ik, gezegd dat je niet tegen Hagenaars kan zeggen dat er “gewoon wat jongeren” waren die rotzooi trapten op lijn 11, en dat er niemand was die zich ongemakkelijk voelde als er een groepje Urker vissers of majorettemeisjes rondhingen. In beide gevallen moet je kunnen zeggen “dat zijn Marokkanen”. En wat je dan eigenlijk hoort te bedoelen is “dat zijn Nederlandse jongens waarvan sommige ouders in Noord-Afrika zijn geboren”.

Veel wethouders van grote steden, in die tijd, stelden ook normen, en hielden zich op een integere manier bezig met de problemen. Het leren van Nederlandse taal, schooluitval, criminaliteit. Echt: die problemen werden toen ook gezien, maar wellicht, door het ontbreken van het botte discours wat nu zo mooi wordt gevonden, op een andere manier besproken.

Maar geschiedenis is niet, ondanks de titel van de plaat die ik vroeger, punker, grijsdraaide, wat er gebeurt. geschiedenis is een interpretatie van wat er gebeurd is, en die interpretatie is zelden waardenvrij. En dat geldt niet alleen voor de affaire Vogelaar; maar ook voor de recente geschiedenis van de PvdA, waarbij gedaan wordt of heel Nederland sinds de jaren ’60 zuchtte onder Paars (wat de PvdA was), waardoor geen enkel Nederlands probleem besproken kon worden, totdat Pim de onderdrukte furie van de Nederlandse volkswil vorm en stem gaf. Sindsdien heeft de PvdA geen mening. Of zo. Apenkool natuurlijk, maar gevaarlijke apenkool als je er zelf in gaat geloven.

Het verhaal van de PvdA is nog steeds ijzersterk: mensen die er individueel niet uit kunnen komen, in het collectief helpen. Iedereen dezelfde toegang tot geld, kennis en macht geven. Mensen motiveren zich te ontplooien, emanciperen, ontwikkelen. De partij die wil verbinden en verheffen. Voor een sterk én een sociaal Nederland. Maar bovenal de partij die zegt dat je mensen niet mag afschrijven. Dat ieder mens het waard is om in te investeren, in te geloven en voor te werken.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.