Ik en mijn vriend Job

Ik kreeg de afgelopen dagen maar liefst 5 mailtjes met het verzoek of ik “mijn vriend Job” eens kon aanspreken op de vergelijking die hij in Vrij Nederland maakte: hij zei daar namelijk dat Moslims in Nederland worden buitengesloten zoals Joden “rond het begin van de Tweede Wereldoorlog”.  Een absurde vergelijking natuurlijk: er is weliswaar te vaak een vijandige sfeer ten opzicht van Moslims, maar voor zover ik weet zijn er geen wetten die Moslims die hun land ontvluchten vanwege de Moslimvervolging maar zeer beperkt toestaan (vergelijk de situatie toen de helft van de 500.000 Duitse Joden die daar in 1933 woonden nog konden emigreren/vluchten, vanuit het bezette Nederland emigratie maar zeer beperkt werd toegestaan). Het aanstellen van Islamitische ambtenaren is niet verboden en Moslems mogen nog steeds naar de bioscoop.

Maar om Job daar nu op aan te spreken… Ik denk dat hij dit zelf ook wel weet, en bedoelt dat in de sociale omgangsvormen de betrekkingen tussen mensen kunnen verbeteren. En dat mensen zich eenzaam voelen, en afgewezen door hun buurman of de maatschappij. En dat is heel erg. En het is goed dat ook dat opgemerkt wordt.

Helaas gaat de discussie daar dus niet over.  Job heeft een opmerking gemaakt, die wordt van de context en bedoeling ontdaan en meegesleurd in een andere discussie. Dat is ondeugend van de journalisten die dat opschrijven, maar wel terecht. Het is immers nieuws. Maar tegelijkertijd is het jammer dat te weinig journalisten niet de discussie oppikken waar mijn vriend Job het over wil hebben. Die discussie over omgangsvormen, en de manier waarop we met en over elkaar praten is immers zo verschrikkelijk belangrijk.

Job heeft dus gewoon gelijk dat hij dat blijft zeggen. Helaas zitten er blijkbaar zo weinig mensen om hem heen die hem kunnen helpen dat verhaal goed over te brengen dat het bij deze zoveelste goedbedoelde poging blijft.

Fatsoenlijk met elkaar omgaan is enorm belangrijk. Je thuis kunnen voelen in je woonomgeving is enorm belangrijk. Ik merk dat zelf nu ook: ik ben aan het verhuizen van de ene prettige wijk van Den Haag naar een andere prettige wijk in Den Haag. De meeste spullen moeten nog uitgepakt worden, en Ziggo heeft een maand geleden al onze internetaansluiting verhuisd, dus ik was wat onthand. Dagelijkse routines (waar staat de wekker, bijvoorbeeld!) moeten veranderen en ik heb nieuwe buren, dus daar moet ik ook aan wennen. En zij aan mij. Zo’n verhuizing is lastig en kost emotie. Het is een ander leven, en dat kost tijd.

Daarom is het zo schandalig dat de overheid er zelfs maar over twijfelt of Sahar Hibrahim Ghel, die hier opgegroeid is, “terug”  moet naar een land dat ze niet kent en waar meisjes in burqa dienen te lopen en hun kans op onderwijs heel klein is.

Een fatsoenlijk land zet geen kinderen uit. 

Een fatsoenlijk land zet geen kinderen uit.

Een fatsoenlijk land zet geen kinderen uit.

Reacties (3) Reageer

  1. Frank van Hout

    Uit het hart gegrepen

  2. Job Cohens vergelijking met de vooroorlogse joden en hedendaagse moslims is infaam en abject. Het was niet de Nederlandse regering die de joden buiten de maatschappij plaatste maar de Duitse bezetter in casu Adolf Hitler met als doel de totale uitroeing van het internationale jodendom. Wilders wil fundamentalistische moslims die weigeren zich aan onze spelregels aan te passen snoeihard aanpakken en terugsturen naar het land van herkomst. Normaal functionerende moslims in Nederland zullen het hier mee eens zijn, en zouden dan ook hun stem moeten verheffen inplaats van zich onterecht bedreigd en angstig voelen.

  3. I’m not sure I would have put the date as being the 1930s. To me, it seems more like the earlier years of the 20th century. Social segregation begins in discourse, and with respect to Muslims in the Netherlands, there are two discourses.
    One is based on perceptions of religion. In the context of a mass-media machine that seeks the sensational, the result is an essentialist reading of Islam, whereby Islamist interpretations, a tiny minority, come to dominate the public perception of Islam as a whole.
    The second discourse is based on perceptions of civilization, and revolves around notions of cultural backwardness. These are applied without differentiation to any and all cultures that are informed in any way by Islamic thought. The one exception to this generalization seems to be Indonesia, though one wonders at which point the next Islamist bombing or tirade will overturn what is left of colonial nostalgia.
    The function of these two discourses serves to divide the population into ‘us’ and ‘them’. ‘Their’ outsiderness becomes the guarantor for ‘our’ sense of identity: ‘we’ are not ‘them’. Perhaps it is not so surprising that in this age of globalization, where regional economic/political blocs are rising and nation-states withering, domestic politics has become the politics of identity.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.