Journalistieke transparantie en verantwoordelijkheid.

De reactie van het Dagblad Trouw op het vermoeden dat een journalist niet altijd journalistiek integer heeft gehandeld doet denken aan de manier waarop grote bedrijven en sommige politieke partijen reageren op een crisis: een algemene verklaring waarin het probleem in formele zin genoemd wordt, en de benoeming van een commissie.

Shariadriehoek

Dat er reden was om te twijfelen aan sommige verhalen die de afgelopen jaren op de voorpagina van Trouw stonden, was geen nieuws. Het begon bij de shariadriehoek; de door veel media en politici als waar overgenomen waanvoorstelling dat gedeelten van de Schilderswijk onbegaanbare no-go-zones zijn waar de Islam heerst. Onzin. Een paar maanden later werd Nederland opgeschrikt met het verhaal dat bejaarden gedwongen moesten verhuizen. Ook dat bleek niet waar. Vervolgens zouden VMBO-opleidingen afgestoten worden door scholengemeenschappen zodat die blanker zouden blijven. Ook dat bleek overdreven.

Natuurlijk is in de eerste plaats de journalist zelf verantwoordelijk voor zijn journalistieke product. Als hoor- en wederhoor niet worden toegepast, als er een éénzijdig verhaal geschreven wordt, als er bronnen wel opgevoerd worden, maar niet gesproken; het is allemaal de verantwoordelijkheid van de individuele journalist.

Maar dat een bericht prominent op de voorpagina komt, is de keuze van de rest van de redactie. De hoofdredactie zal telkens een afweging moeten maken of een bepaald artikel, en dan vooral de kop ervan, aansluit bij het beeld dat de krant wil uitstralen.

Concurrentie

Voor kranten zal dat niet altijd makkelijk zijn. De moeizame overgang naar het digitale tijdperk, de vervagende grens tussen professionele- en burgerjournalistiek enerzijds en professionele en participerende journalistiek anderzijds en de toegenomen wens om te scoren, zowel bij de kranten als bij mensen die erin willen staan, maken het een complexe afweging. Een krant is bovendien een bedrijf: er moet geld verdiend worden. De concurrentie is toegenomen en daarmee de hijgerigheid die ook gedeelten van het maatschappelijk debat kenmerkt.

Kortom: de journalistiek is veranderd, de journalist verandert. De behoefte aan duiding, context, uitleg zijn blijven bestaan. Sterker nog: nu onze wereld groter wordt in de zin van dat beslissingen over Nederland in belangrijke mate buiten Nederland genomen worden (namelijk in Brussel) en buitenlandse conflicten onderdeel worden van de Nederlandse maatschappij, is er een grotere behoefte aan deze duiding dan ooit tevoren.

Debat

Er is dan ook alle reden voor een maatschappelijk debat over de rol van de journalistiek. Helaas moet die voor een belangrijk gedeelte in de kranten, en op televisie en radio gevoerd worden. Zolang een belangrijk gedeelte van de Nederlandse journalistiek daar geen trek in heeft, zal dat echter niet gebeuren.

De belangrijkste taak van een journalist is een bijdrage leveren aan het voortbestaan van het vrije woord. Opschrijven dat iets ergens met iemand gebeurd is, kan iedereen wel. Dat sappig presenteren is een kunst. Maar een analyse maken, die in een bredere context uitleg geven, uitleggen wat het bredere belang is, zodat de wereld weer een stukje verder gebracht is, en dat dan toch terugbrengen in 100 woorden is iets wat niet iedereen kan.

Het journalistieke ambacht kan niet zonder goede en slechte voorbeelden van journalistiek. Tragischerwijs zijn het de kranten en televisie- en radioprogramma’s zelf, en de journalisten zelf, die deze discussie moeten entameren. Zolang zij het niet willen, gebeurt het niet. Het zou Trouw sieren om het voortouw te nemen in dit debat,

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.