Kwetsbaar leiderschap

Rabbijn Sacks is helaas overleden. Ik heb hem een paar keer zien spreken voordat hij in 2011 naar de Tweede Kamer kwam om een bijdrage te leveren aan de lobby voor het behoud van de rituele slacht in Nederland. In de Kamer hield hij een prachtig betoog. Over het voorgestelde wetsvoorstel zei hij:  Het recht op religieuze vrijheid is niet zomaar een van de mensenrechten. Het is de bron van alle mensenrechten. De honderden filmpjes van lezingen, voordrachten en discussies die online van hem beschikbaar zijn, laten hem zien zoals hij was: belezen, betrokken, bedachtzaam.

 

Tijdens zijn bezoek aan Nederland had ik de eer hem te mogen begeleiden door beide parlementsgebouwen en een aantal Ministeries. Van afspraak naar afspraak wandelend konden we telkens een paar woorden wisselen. Onder andere over politiek leiderschap. We hadden het over zijn beide grote Joodse inspiratiebronnen: Rabbijn Menachem Mendel Schneersohn en Rabbijn Joseph Soloveitchik, die uit totaal verschillende Joodse tradities stamden. Soleiveitchik, zo heb ik het onthouden, daagde uit tot denken, en Schneersohn tot doen. Maar beiden waren ze naar buiten gericht. En beiden zijn o zo nodig.

Om de schuldigen te beschermen zal ik hun namen niet noemen, maar drie incidenten wil ik niet onvermeld laten.

We liepen door de gang en een Kamerlid liep mee. Ze vertelde dat zij in de VS de broer van de opperrabbijn had ontmoet. “Mijn broer? Maar ik heb helemaal geen broer”, zei de opperrabbijn. “Jawel” zei het Kamerlid, “Uw broer! Oliver Sacks!”. De opperrabbijn zei “Ah ja. Het is een vriend. Hij is áls een broer”.

Even later gingen we op bezoek bij een vooraanstaand politicus. Hij liet de opperrabbijn binnen, liet hem letterlijk zitten en vervolgens overdrachtelijk door zeer uitgebreid anderen te woord staan. Hij  genoot er zichtbaar van dat hij de opperrabbijn liet wachten. Vervolgens ging de politicus zelf zitten en gaf de opperrabbijn het woord. De politicus roerde veel langer dan nodig zijn koffie, waarbij hij langzaam en nadrukkelijk met zijn lepel over de bodem van het kopje schraapte. Toen de koffie op was, en hij zelf aan het woord was, zakte de toenmalig politicus op enig moment langzaam achterover, liet zijn rechterhand en -pols en gedeelte van zijn onderarm in zijn broek glijden om zich zichtbaar zich te verlossen van een ongemakkelijk gevoel dat hem in de regio van de onderbuik dwars zat. Het was een gênante vertoning die overtreffend gênant werd toen het gesprek ten einde was, de politicus zijn hand weer vrij maakte, opstond om deze de opperrabbijn ten afscheid aan te bieden. Wat een hork. De opperrabbijn vertrok geen spier.

Bij een ander vooraanstaand politicus zaten we op de werkkamer die uitkeek op het Plein. Er waren meerder assistenten en begeleiders bij het gesprek aanwezig, en het gesprek tussen de opperrabbijn en de politicus beperkte zich tot het uitwisselen van vriendelijk- en algemeenheden. Dat schoot niet op, en de politicus bediende zich van één van de oudste trucs van het handboek van de bestuurder: de tijd rekken zodat er geen toezegging hoeft te worden gedaan. Om een doorbraak te forceren heb ik toen voorgesteld beide grote geesten alleen te laten, zodat het niveau van hun gesprek niet beperkt hoefde te blijven tot dat van de toehoorders. Hierop verlieten allen -behalve de politicus en de opperrabbijn de ruimte. Het leidde tot niets, helaas. maar na afloop vertelde de opperrabbijn me dat er twee soorten politiek leiders waren: de types als John Major, die goed luisteren naar wat de meerderheid van een gezelschap wil, dat standpunt als het zijne aanneemt en types als Margaret Thatcher, die hun mening klaar hebben, niet bang zijn om die eventueel bij te stellen, maar de confrontatie met anderen aangaan om ze te overtuigen van wat juist is. De politicus waar de opperrabbijn net mee had gesproken was meer eentje van het type John Major, en we hoefden dus niets van hem te verwachten.

Politiek leiderschap, en zeker Joods politiek leiderschap, bestaat uit confrontatie. Wie een verantwoordelijke positie inneemt schept werkelijkheden en verandert de status quo. Dat betekent niet dat er gemarchandeerd kan worden met onveranderbare waarheden zoals politieke en religieuze principes -of goed fatsoen-, maar dat  de boodschap persistent en met creativiteit uitgedragen moet worden. Steeds maar weer. Op basis van kennis, begrip en inzicht.  En met hart en ziel.

Politiek leiderschap, hoezeer die ook gebaseerd kunnen zijn op kennis, actie en fatsoen zijn niet opgewassen tegen domheid, angst, arrogantie, onfatsoen, de wens om iedereen een plezier te doen – of ziekte.

De wereld heeft een toonbeeld van intellect, politieke actie en fatsoen verloren. Moge zijn zien gebundeld worden in de bundel van het eeuwig leven

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.