Markerink ontbreekt

Ik heb me wel eens uit laten leggen dat in bepaalde streken van Nederland de achternamen die op -ng eindigen katholiek zijn, en de achternamen die op -k eindigen protestants, of andersom. Mensen die “overstapten” veranderden dan hun naam van – bijvoorbeeld – Bavink in Baving, Wenting in Wentink, of Markering in Markerink. Hier moet ik vaak aan denken als ik over de troosteloze A12 of A28 rijd (ik ben tegenwoordig vaak ver van Rotterdam) en de woorden “Markering Ontbreekt” zie. Ik denk dan namelijk aan mijn vriend Jan Markerink, die niet alleen de politiek van de Rotterdamse deelgemeente Overschie verlaat, maar zelfs de hele politiek. Tot mijn grote spijt gaat hij in een niet-politiek deel van het bedrijfsleven werken. Afscheid van de politiek is het hopelijk niet echt:  goede politici nemen nooit afscheid, ze veranderen alleen van werkplek. Maar, Markerink ontbreekt.

Het doet me denken aan mijn eigen vertrek uit Rotterdam. Je zet je snoeihard in, gaat het conflict niet uit de weg, en komt langzaam tot de conclusie dat de oppositie niet alleen uit de oppositie komt, maar ook uit je eigen achterban. Maar ook de oppositie van die oppositie steunt je niet, en dat maakt het extra zuur.

Jammer dat Jan met zo’n zuur gevoel afscheid neemt van de Rotterdamse PvdA. Helemaal terecht is dat niet. In Overschie heeft hij op een fantastische manier dingen bereikt. Niet alleen heeft hij het deelgemeentelijk apparaat omgevormd tot een organisatie  die, in tegenstelling tot die van veel andere (deel)gemeenten, uitstekend aanvullend is aan het stedelijke (door alleen de kerntaken in huis te houden en alles in dienst te stellen in uitvoering van beleid, en zo min mogelijk in het opnieuw uitvinden ervan), maar ook heeft hij een aantal initiatieven opgezet die wat mij betreft landelijke aandacht en navolgingverdienen: gratis lidmaatschappen van sportverenigingen voor de jeugd, fietsen voor groep-achters, gratis electrisch OV en het gezellige Paradie Overschie. Die dingen kan je ook alleen maar bereiken met steun van je eigen PvdA-tje, en je bent ook nog eens dankzij dat PvdA-tje op die plek gekomen.

Enige loyaliteit en gepaste dankbaarheid mag je dus wel verwachten. Aan de andere kant is de partij natuurlijk weinig dankbaar. Zo werkt dat in de politiek: standbeelden zijn zeldzaam. Het is te makkelijk om de hele PvdA de schuld te geven van het vertrek van Jan, hoe makkelijk het disfunctioneren van de partij, in Rotterdam en daarbuiten, er ook aanleiding voor geeft. Ergernissen genoeg, maar ik wil het niet hebben over de caviarace tussen Tahamata, Vanessa en Andre van Duin (hoewel de laatste  Rotterdammer is en eergisteren jarig was), vermomd als fractievoorzittersverkiezingen.

Hoewel: dat laatste biedt wel een aardig haakje. Niet alleen bij de PvdA,  maar ook bij andere partijen wordt steeds minder over politiek gesproken. Waar vroeger de zaaltjes volzaten en geagiteerde discussies werden gevoerd over hete hangijzers, zijn nu de poppetjes steeds belangrijker geworden. Bij de PvdA zijn geen brede discussies geweest over de betrokkenheid in Afghanistan, de verhoging van de pensioenleeftijd of de Eurocrisis, maar wel twee verkiezingen op rij over partij- en fractievoorzitterschappen, waarbij je nooit precies weet wie je moet kiezen, omdat in beide gevallen de toekomst maar in zeer beperkte mate afhankelijk is van dat wat je weet van de kandidaten.

Maar goed: Jan heeft geprobeerd mee te praten over de bezuiningen in Rotterdam. Er is niet naar hem geluisterd. Hij probeerde mee te denken, discussie te voeren en een beweging op gang te brengen waarbij één van de traditioneel belangrijkste politieke onderwerpen, namelijk de verdeling van schaarste, een openbare discussie moest worden.

Zonder veel resultaat. Helaas. Maar is dat de hele PvdA en alleen de PvdA aan te rekenenen? Zoals iedereen weet is de tijd van de partij zoals we die kenden in de jaren ‘30, ‘60 of ‘70 voorbij. Juist de partijen die strijden voor vernieuwing van en meer betrokkenheid bij politiek hadden het initatief van Jan moeten steunen.

Het vertrek van Jan is dan ook niet zozeer een falen van de PvdA, als wel een falen van de oude politiek als geheel. Juist Leefbaar Rotterdam had dat waar Jan en zijn gedeelte van de PvdA voor staan moeten steunen.  Door niet over zijn eigen schaduw heen te springen en Jan te steunen heeft Leefbaar laten zien toch (of nog) niet de vernieuwende partij te zijn die ze ambieren te zijn.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.