Meepraten in Brussel en Straatsburg.

Lobby is het cement dat Europa bij elkaar houdt. Niet alleen de lobbyisten van het bedrijfsleven of NGO’s vatten standpunten samen, tonen het belang voor hun achterban voor Europarlementariërs en informeren hen met als doel hen te overtuigen: ook vertegenwoordigers van landen, ambtenaren en al dan niet georganiseerde burgers doen dat. Het is logisch daarvoor eerst Europarlementariërs uit je eigen land te benaderen, het liefst van een partij die het min of meer eens is met je standpunten. Vanaf daar kan je verder werken.

Lobby begint met kennismaking en uitwisselen van, en begrip krijgen voor elkaars standpunten, en pas als er sprake is van een concreet voorstel is er een noodzaak om elkaar te overtuigen.

Ruim een jaar geleden schreef ik een stuk over in welke commissies van het Europees parlement Nederlanders vertegenwoordigd waren. Dit is belangrijk, omdat het voor Nederland belangrijk is dat Nederlandse standpunten ingebracht kunnen worden in de verschillende commissies. Dat zag er toen niet best uit. In sommige commissies zat bijna een derde van de Nederlandse delegatie, en in enkele belangrijke commissies zat geen enkele Nederlander. Afgelopen vrijdag stond een goed stuk in NRC over de huidige verdeling, waarbij de conclusie was dat er een betere verdeling is dan in het verleden. Een vergelijking:

Milieubeheer, Gezondheid en Voedselveiligheid 4 -> 6
Buitenlandse Zaken: 7  -> 5
Vervoer en Toerisme 2-> 5
Burgerlijke Vrijheden: 7 -> 5
Economische Zaken: 6 -> 5
Internationale Handel: 1 -> 5
Landbouw: 2 -> 4
Werkgelegenheid en Sociale Zaken: 2 -> 3
Interne Markt 1 -> 3
Industrie, Onderzoek en Energie: 1 -> 3
Mensenrechten: 5 ->3
Regionale Ontwikkeling: 1 -> 3
Begrotingscontrole 1 -> 3
Rechten van de vrouw en gendergelijkheid: 5 -> 2
Ontwikkelingssamenwerking: 4 -> 2
Visserij: 0 ->2
Begroting: 4 -> 1
Veiligheid en Defensie: 1 ->1
Cultuur en Onderwijs: 1 -> 0
Juridische Zaken: 0 -> 0
Constitutionele Zaken: 0 -> 0

De verdeling is dus weliswaar evenwichtiger geworden, maar in belangrijke commissies als Cultuur en Juridische Zaken zitten nog steeds geen Nederlanders. En er zijn ook nog wel wat andere opmerkingen te maken. Om te beginnen kan iedere Europarlementariër amendementen inbrengen. Ten tweede is het natuurlijk zo dat als een Europarlementariër het niet eens is met wat een lobbyist zegt, hij of zij het niet inbrengt.  Maar voor een goede democratische orde, voor een goed debat, is het noodzakelijk dat alle relevante stemmen gehoord worden. Gelukkig geven veel Europarlementariërs aan dat zij, hoewel ze niet in bepaalde commissies zitten, wel geïnteresseerd in wat er speelt, en bereid te zijn eventueel zaken door te geven. Maar vooral voor overheidslobbyisten als die van de VNG, IPO, of zelfs de PVEU staat het vreemd om, als je een belang in Nederland te verdedigen hebt, in een bepaalde commissie voet aan de grond moet proberen te krijgen via Finland, Polen of België.

Het is belangrijk dat Nederland onderdeel is van het debat, en dat Nederlanders het inhoudelijke debat faciliteren. We hebben nog een lange weg te gaan voordat de Nederlandse invloed op voldoende professioneel niveau is; Europarlementariërs hebben daar zelf een belangrijke rol in.

Reacties (1) Reageer

  1. […] dat, hoewel de verdeling over de commissies beter is dan tijdens het vorige mandaat, de verdeling nog steeds scheef is. Daar werd tegenin gebracht dat ik alleen naar de lidmaatschappen van de commissies keek, en niet […]

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.