Open brief aan de PvdA

Aan het Partijbestuur van de PvdA

Beste partijgenoten,

Naar u bekend is werd in de Politieke Ledenraad een tweetal moties met betrekking tot de onverdoofde (rituele) slacht aangenomen – de motie-Slager en een motie van het Partijbestuur .
De motie-Slager vraagt de fractie:

De motie van het Partijbestuur roept de Tweede Kamerfractie op om:

Wij moeten concluderen dat de weg van de fractie – met het amendement dat zij mede heeft ondertekend – aan de beide genoemde moties in het geheel geen recht doet. Er is geen contact opgenomen met de geloofsgemeenschappen, geen poging gedaan om te kijken naar verbetering van dierenwelzijn binnen wat ritueel mogelijk is, laat staan tot een convenant te komen, geen poging gedaan de betrokkenheid van de diverse geloofsgemeenschappen te waarborgen – en al helemaal niet om het wetsvoorstel af te wijzen.
In plaats daarvan wordt een amendement gesteund dat discriminatoir en onwerkbaar is.

Kosjer en halal eten zijn belangrijke onderdelen van de Joodse en islamitische identiteit. Vlees kan alleen gegeten worden na een volgens de regels uitgevoerde slacht. Regels die juist ingesteld zijn met het oogpunt op dierenwelzijn. Voor de leden van de Joodse en de Islamitische geloofsgemeenschappen betekent het in beginsel verbieden van rituele slacht – zoals het amendement beoogt- een ernstige inbreuk op deze identiteit. Een meerderheid van de Tweede Kamer zal dan een minderheid in Nederland verhinderen een onderdeel van zijn geloofsbelijdenis te beleven. Ook een met dit amendement gewijzigd wetsvoorstel neemt de door de Raad van State geconstateerde spanning met de grondwet daarom niet weg.

Waar nu onaanvaardbaar dierenleed geconstateerd wordt, dient ingegrepen te worden – en wordt al ingegrepen. Buiten dat hebben de geloofsgemeenschappen aangeboden samen met anderen te kijken in hoeverre dierenwelzijn verbeterd kan worden. In het amendement is echter sprake van het maken van een uitzondering op de algemene Nederlandse situatie: een omgekeerde bewijslast, waarbij wij zouden moeten bewijzen – niet slechts dat er geen onaanvaardbare misstanden zijn, maar, veel verder gaand, dat het dierenwelzijn niet meer wordt geschaad dan bij de industriële slacht! Een absurde en incriminerende redenering die de geloofsgemeenschappen a priori als dierenmishandelaars neerzet. Een redenering, ook, die uitgaat van de niet vol te houden opvatting dat dieren en mensen gelijkwaardige rechten hebben: een veronderstelde verbetering van het welzijn van dieren gesteld boven het effect van een diepgaande inbreuk op gevoelens van mensen.

Uit de discussies is gebleken dat dierenleed niet wetenschappelijk is vast te stellen. Hersenactiviteit is te meten, reflexen zijn waar te nemen, maar in hoeverre er sprake is van leed is, zeker bij dieren, niet te concluderen. Al helemaal is niet vast te stellen wat aanvaardbaar is, of hoe het leed bij de slacht zich verhoudt tot de beleving van het dier daaraan voorafgaand.

Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam (NIHS) hebben een kort geding aangespannen om de onderzoeksgegevens van wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Wageningen, waar de indiener van het wetsvoorstel zich op baseert, boven te krijgen. Tijdens dit kort geding is erkend dat het onderzoek niet door de universiteit Wageningen is uitgevoerd, dat het onderzoek onvolledig is, en niet heeft plaatsgevonden in een Joodse of Islamitische slachterij. Ook TNO komt tot de conclusie dat de onderzoeken weinig wetenschappelijke waarde hebben.

Kortom: het amendement waar de fractie zich achter heeft gesteld lijkt een mooi en werkbaar compromis, maar in de praktijk neemt het het discriminatoire karakter van het wetsvoorstel niet weg, en is onuitvoerbaar.
De discussie over dit wetsvoorstel heeft al de nodige emotionele en ook financiële schade berokkend. Invoering van de wet, ook in de geamendeerde vorm, zal het welbevinden van de Islamitische en Joodse gemeenschappen in Nederland aanmerkelijk verslechteren.

De inzet van de fractie vinden wij zeer teleurstellend. Wij roepen daarom het Partijbestuur op de fractie hierop aan te spreken.

Hoogachtend,

Robbert Baruch
Naimia Ajouaau
Jan Markerink
Jaap Polak
Karim Ajouau
Nevin Aksoy
Selcuk Ozturk
Serdar Cicek
Ikbal Din
Favzi Achbar
Yasin Torunoglu
Ertan Isik
Necati Kaygisiz
Mohammed Chahim
Abdel Tijani
Fatma Yanmaz
Nilay Kulci
Nevin Dikici
Yasemin Cekerek
Fikret Gur
Marianne Troostwijk
Ron van der Veer
Dursun Kilic
Fikri Demirtas
Seyit Yeyden
Deniz Catikkas
Mustafa Cakir
Ertugrul Gultekin
Alphons Ranner
Kees van Liere
Michael Minco
Jan Riezenkamp
Michel Waterman
Adnan Sahin
Jur Marringa
Sibrecht Benning
Roland van Geens
Zeki Baran
Haci Osman Suna
Fatma Yanmaz
Talip Aydemir
Muhsin Koktas
Rasit Bal
Yucel Aydemir
Oktay Unlu
Mesut Disli
Asli Bolat
Necat Kaya

Reacties (1) Reageer

  1. De lijst van ondertekenaars schijnen niet te beseffen dat hun partij van oorsprong sociaaldemocratisch is en in 1946 expliciet werd opgericht als ‘doorbraakpartij’, bedoelt om de (religieuze) verzuiling te breken.

    ‘Opium voor het volk’ staat dan wel niet letterlijk meer in het beginselprogramma, dat wil niet zeggen dat de sociaaldemocratie haar mening wezenlijk heeft aangepast. Nog niet zo lang geleden protesteerden in roze geklede PvdA-ers tegen de homodiscriminatie in katholieke kerken. Dit juist omdat ze de grondwettelijke uitzondering voor religieuze homohaters inhoudelijk niet accepteert.

    Het is voor mij een volstrekt raadsel hoe mensen die hun religieuze achtergrond belangrijk vinden ooit lid hebben kunnen worden van de PvdA. Mijn advies aan alle ondertekenaars; zeg je lidmaatschap op en begin een eigen sociaal-religieuze partij.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.