Situationele identiteit

Lang geleden was ik voorzitter van Joodse Studentenvereniging IJAR. Vooral een gezelligheidsclub, maar aangezien Joden bij bepaalde onderwerpen (Israel, Tweede Wereldoorlog) redelijk interessante pers opleveren, en jonge Joden des te meer, werd ik nog wel eens door journalisten gevraagd mijn ongetwijfeld interessante licht over bepaalde onderwerpen te laten schijnen. Op enig moment hoorde ik mezelf eens terug op de radio en kwam tot de conclusie dat ik me had laten verleiden tot het doen van uitspraken waar ik niet achter stond op een manier die me niet beviel. Nadat ik in een volgend interview (met studentenweekblad MARE) had gezegd dat ik me het huisjoodje voelde van bepaalde omroepen, stokte de vraag.

Nog veel langer geleden kwam bij ons thuis een verkoper van schilderijen van een mondschilderaar aan de deur. Ik was erg onder de indruk van het verhaal van de schilderaar. Geen armen, en toch beter kunnen schilderen dan Bob Ross. Ik vond het bijzonder. Maar thuis werd de vraag gesteld of we het mooie schilderijen vonden, los van het verhaal. Het antwoord daarop was ontkennend, dus we hebben niets aangeschaft.

Ik moest aan deze twee incidenten denken toen ik de campagnes voor de Tweede Kamer aan me voorbij zag trekken. Kandidaten worden zorgvuldig in een frame geplaatst, om het verhaal over de standpunten maar zo betrouwbaar mogelijk te maken.

Het werkt vaak zo, maar het is onrechtvaardig. Omdat een boodschap begrijpelijker wordt naarmate die door een meer op een stereotiepe manier uitgedragen wordt, en bovendien positiever beoordeeld, als het past in een stereotiep sprookje. Van krantenjongen tot miljonair. Dat soort werk. Respect voor de hardwerkende Nederlander, de zich emanciperende arbeider, de zichzelf opwerkende allochtoon of de mooie vrouw met hersenen. Maar als die hardwerkende Nederlander, zich emanciperende arbeider, zichzelf opwerkende allochtoon of mooie vrouw met hersenen vervolgens blijkt een mening te hebben waar we het niet mee eens zijn, is onze sympathie snel verdwenen. En als vervolgens de hardwerkende Nederlander werkloos wordt, de zich emanciperende arbeider een goede baan heeft, de zichzelf opwerkende allochtoon trots is op zijn afkomst of de mooie vrouw met hersenen ouder wordt en minder mooi, zijn we alweer toe aan de volgende hype.

De vreemde tegenstelling is dan ook dat, hoewel die situationele identiteit probeert een boodschap menselijker te maken, de eigen, individuele, identiteit van mensen ontkent en de menselijke natuur verloochent. En dat is pas onrechtvaardig. Maar goed: alles voor het plaatje, want alles voor resultaat.

Juist van politieke partijen die mikken op een serieus publiek dat weloverwogen een stem uitbrengt, op inhoudelijke gronden, zou je verwachten dat ze de boodschap eerlijker zouden brengen. Dat ze zouden uitleggen wat ze willen van Nederland, en waarom, en wat dat dan betekent voor de mensen. Juist van die partijen zou je willen dat ze hun beeldbepalers niet decimeren tot merken.

Het is niet alleen onrechtvaardig voor de mensen die zo als merk neergezet worden, maar ook voor al die andere mensen, die toevallig geen hardwerkende Nederlander, zich emanciperende arbeider, zichzelf opwerkende allochtoon of mooie vrouw met hersenen zijn en niet in een sterotiep plaatje vallen. Die moeten het dan allemaal maar zelf doen, zijn geen rolmodel, en moeten het zelf maar uitzoeken.

Hoewel ik me had voorgenomen niets te zeggen over de campagne van de PvdA dacht ik “Je zal toch maar dat andere kind van Diederik Samsom zijn”. Toen werd het tijd voor een borrel.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.