Johan Herman

Robbert heb ik leren kennen bij de Deelgemeente Feijenoord in Rotterdam. Daar zat hij in het Dagelijks Bestuur en door mijn vrijwilligerswerk wat ik deed in deze Deelgemeente, had ik met Robbert te maken. In het begin dacht ik nog: wat moet ik met deze man, want volgens mij was het een vent met een hoop hoogmoed. Wat heb ik mij daar in vergist zeg; hij was gewoon, vrolijk, kon goed luisteren en ik denk dat het daarom klikte tussen ons. Nee, ik ben blij dat ik deze man heb leren kennen. Het klikte tussen ons en wij begrepen elkaar, als Robbert zei: ik zorg ervoor, dan zorgde hij er ook voor. Als Robbert naar het Europees Parlement wil, dan zit hij daar op de goede plaats, daar kan hij een hoop voor ons doen.