Vakantie in Hel (en Flaki)

Flaki

Gisteren zijn we teruggekomen van een vakantie in Hel. Op Hel, moet je zeggen, want net als Katendrecht is het een schiereiland. Hel ligt tegenover Gdansk, en scheidt de Golf van Gdansk met de Oostzee. Het is een prachtig natuurgebied, en pas sinds een paar jaar toegankelijk voor vakantiegangers. We zaten op het uiterste puntje van het schiereiland; één van de laatste uithoeken van het Soviet-imperium. Een schiereiland met veel zand en strand. Prachtig, leeg en betaalbaar. Veel en schoon strand, dus voor zover het mooi weer was hebben we veel gelezen, gebouwd en “gezonnebraad”. Hel zelf was wat minder spannend. Dit in tegenstelling tot de andere stadjes op het eiland: Jurata, Kuznica en Chalupy zijn surfparadijzen. Veel tenten, jonge mensen, gezellige sfeer en surfplanken. Een beetje hippie-achtig, maar niets voor een gezin met drie kinderen en zonder surfplanken.

In Hel zelf was geen buitenlandse krant te krijgen, en andere talen dan Pools werden niet of nauwelijks gesproken. De eerste dagen waren een bizarre kennismaking. Er was net een festival: “D-day Hell“. De landing op Normandië werd nagespeeld en er werd iedere avond in verschillende uniforms gemarcheerd . Ik kreeg de indruk dat men net zo graag meeliep met de Schotse doedelzakspelers als met de motorfiets van de SS-troepen, maar dat kan ik me ingebeeld hebben. In ieder geval werd er geen grote inhoudelijke aandacht besteed aan, zoals ze dat bij Jiskefet noemen, het “conflict tussen de toenmalige regeringen”.

Met de auto naar Polen is goed te doen. De Europese steun is erg goed zichtbaar: weg na weg wordt opgeknapt. Helaas is veel toch nog tweebaans; dat betekent vooral veel inhalen en uitkijken voor inhalers die van de andere kant komen. Inhalen gaat weinig subtiel en de wetenschap dat ieder tankstation behalve benzine en snoep ook grote hoeveelheden alcohol verkoopt, en het feit dat je vooral de mannen de hele dag met grote blikken bier ziet rondlopen, zorgen ervoor dat je af en toe wat meer gespannen achter het stuur zit. We hebben het dan  ook niet in één keer gereden: op de heenweg hebben we een tussenstop gemaakt in Sczcecin, op de terugweg aan de prachtige maar doodse Uberuckersee.

Maar goed, de Wiejska, waar ook ons huis was, is de hoofdstraat van Hel. Er zijn restaurants, waaronder zelfs een paar goede, zoals de Maszoperia. Ondanks aandringen zijn we niet in restaurant Kutteria gaan eten. Verder veel standjes waar de gebruikelijke meuk verkocht wordt: knuffels, kraaltjes, schelpjes en petten. Ter afwisseling ook paraplu’s en die kwamen wel van pas.

De supermarkt was ook een belevenis: rijen potjes en blikjes. Een grote vleeswarenafdeling en één bakje waar wat kaas in lag. De bierafdeling was ongeveer vier keer zo groot als de versafdeling. Twee schappen flaki, wat als een delicatesse verondersteld mag worden: pens, al dan niet in tomatensaus.

Brood kopen doe je in de supermarkt, óf in een broodwinkeltje. Wij noemden deze winkeltjes al snel de Sklep (winkel) van Chleb (brood); door Asher uitgesproken als Kleppeklep. Meer hilariteit: de meeste menukaarten die andere talen dan Pools bevatten (en dat zijn er niet zo veel), zijn door Borat vertaald. Ook de folder van de boot naar Gdansk: “you get two sticker. one is for bike and one for ticket. if you want bike, you show ticket with sticker”.

Gdansk is een prachtige stad. Althans: de handvol straten die gerenoveerd zijn, zijn prachtig. Waag je je erbuiten, dan kom je in dezelfde Stalinistische troosteloosheid terecht die veel verstadsvernieuwde gebieden in Oost-europa kenmerkt.Opmerkelijk op de rommelmarkt van Gdansk: veel nazimateriaal, en heus, niet alles is antiek. Dolken met hakenkruizen en dito stickers om zelf op je helm of auto te plakken. Bij “kunst”-zaakjes was opmerkelijk dat de “Joodse” kunst bijna uitsluitend bestond uit joden die geld aan het tellen waren, joden met geld, of stapeltjes geld met joden. Wat antisemitisme betreft hebben de Polen weliswaar een naam te verliezen, en ik had me voorgenomen (na een gesprek met de Israelische ambassadeur in Warschau) om voordelen ten opzichte van Polen te vermijden, maar het werd me niet makkelijk gemaakt.

De Polen zelf deden ook niet hun best om aardig gevonden te worden. In het toch toeristische dorpje Hel was zoals gezegd geen buitenlandse krant te krijgen, en men was ook niet in staat er een te bestellen. Groeten en glimlachen tegen vreemdelingen wordt volgens de Lonely Planet door Polen als iets achterlijks beschouwd, dus veel contacten met autochtone Polen hebben we niet gemaakt.

Een paar uitstapkjes: Gdansk, twee keer, Gdynia, en het Slowinski park in Leba. Dat laatste was erg indrukwekkend. Je wandelt of fietst daar zo van de bossen de woestijn in. Door een natuurverschijnsel is er sprake van “wandelende duinen”. Ik kan het proberen uit te leggen, maar makkelijker is verwijzen naar de website over het gebied,waar overigens geen melding gemaakt wordt van het feit dat Erwin Rommel er zich oefende in het vechten-in-de-woestijn.

De laatste dagen van ons verblijf werden overschaduwd door het overlijden van mijn oude vriendinnetje Jitske Voogd. Voor mij iemand die er altijd was, en waar ik toch om de paar jaar weer als vanouds mee contact had. Al sinds de kleuterschool reisden we op parralelle banen. Bizar en onterecht. We konden niet op tijd voor de begrafenis terug zijn, wat het nóg onbevredigender maakt.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.