Verdachte grootvader

Vanavond stond er een foto in de Volkskrant van Angela Merkel en Horst Seehofer die langs een balustrade over een een gaanderij lopen, in de Bondskanselarij. De stagiair van dienst had het bijna goed toen hij schreef dat zij over de balustrade van de Rijkskanselarij liepen, maar in die zin zaten dus twee fouten. Het geeft me wel een mooie aanleiding om een oude geschiedenis op te rakelen: die van de Rijksdagbrand. Mijn grootvader is korte tijd verdachte geweest van die brand, staat in een boek dat een paar jaar geleden verscheen.

Op 30 januari 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht. De NSDAP  en de communisten bestreden elkaar al jaren binnen en buiten het parlement, en toen de NSDAP aan de macht kwam, betekende dat weinig goeds voor de communisten.

Op 27 februari 1933 zagen suppoosten van de Rijksdag verschillende kleine brandjes in het Rijksdaggebouw. De brandweer trof de communist Van der Lubbe aan in de grote vergaderzaal. Het was duidelijk dat hij de brand gesticht had. Voor Hitler was het een mooi geschenk. Hij zat net te eten met Goebbels en diens vrouw en vertrok meteen naar de Rijksdag. Göring was al ter plaatse met de brandweer en schreeuwde dat dit het begin was van een communistische revolutie.

Het Duitse Rijksdaggebouw in Berlijn brandde voor het grootste gedeelte uit. Al snel dacht men dat Van der Lubbe de brand niet alleen aangestoken kon hebben. De Rijksdag was immers een groot gebouw, en zonder voldoende aanmaakstoffen is het moeilijk een dergelijk gebouw te doen affikken. De nazi’s verklaarden dat Van der Lubbe door andere communisten was geholpen, en behalve hij werden nog vier verdachten opgepakt: Ernst Torgler, Georgi Dimitrov, Blagoi Popov en Wassil Tanev. Naast deze arrestaties gingen de autoriteiten en SA over tot het massaal en willekeurig arresteren, intimideren en afranselen van communisten en andere tegenstanders van de nazi’s.

Ook in Dresden, waar mijn grootvader woonde, werden de communisten opgepakt. Heinz was de zoon van Maria Weinberg, waar ik eerder over schreef. Maria was met een mijnheer Hoyer getrouwd, maar toen die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevocht, raakte ze zwanger van haar baas; mijnheer Kirschstein. Het resultaat zag in juli 1915 in Dresden het levenslicht: Heinz Walter Weinberg.

Hij was dus 18 jaar toen hij op 28 februari van zijn stageplek (hij leerde voor meubelmaker) weggehaald, gevangen gezet, verhoord, en de volgende dag vrijgelaten werd. Maar: diezelfde avond werd hij wéér opgepakt. Deze keer duurde het langer. Hij werd vastgezet in Hohnstein: een kasteel in Sachsen dat als één van de eerste concentratiekampen fungeerde.

Ik denk dat hij zelf niet wist dat hij verdacht werd als getuige of zelfs medeplichtige van de Rijksdagbrand. Althans: behalve dat hij bij de verhoren zijn tanden was verloren en vrienden had gemaakt, heeft hij er niet veel met me over gedeeld. Maar toen 5 jaar geleden een nieuw boek uitkwam waar zijn naam in voorkwam, ben ik via de auteur in een archief in Berlijn uitgekomen waar ik meer informatie vond. Dat bevatte fascinerende informatie. Om te beginnen werd nog eens bevestigd dat Duitsland onder Hitler een rechtsstaat was; alle opsporing, ondervraging vond plaats op basis van afspraken die in vaststaand beleid dat na democratische wetsvorming, onder toezicht van autoriteiten plaatsvond. Met andere woorden: in het archief zitten nogal wat officiële stukken.

Interessant is het te lezen hoe hij opgepakt is: een medeleerling van hem verklaarde dat Heinz al had gewaarschuwd dat de brand zou plaatsvinden:

 

 

 

 

 

 

 

 

Bovendien had de broer van de eigenaar van de meubelmakerij waar Heinz stage liep ook al wat gehoord.

 

 

 

 

 

 

Klein verraad dus.

Begin april 1933 beschouwen de autoriteiten Heinz niet meer als verdachte, maar hoogstens als getuige:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toch blijft hij nog enige jaren vastzitten. Ik weet niet precies wanneer hij eruit kwam, maar wel dat zijn oudere broer en zus daar een rol bij gespeeld hebben. Die waren geen communist en onder de Neurenberger rassenwetten “slechts” halfjood, en deden een goed woordje voor hem. Zijn biologische vader had hem weliswaar niet erkend, maar was wel bekend, en hij was dus voljoods: zijn naam was al snel veranderd in Heinz Israel Weinberg, want onder de wetten die in 1934 werden ingevoerd, kregen mannen de naam Israel en de vrouwen de naam Sara als tweede voornaam toegevoegd. Duitsland was weliswaar een rechtsstaat, maar wel een totalitaire rechtsstaat, waarbij verplichte naamgeving onder het beleidsdomein van de overheid viel.

Heinz meldt zich bij de Roode Hulp;  de internationale sociale organisatie, verbonden met de Communistische Internationale, die als een soort communistisch Rode Kruis communistische gevangenen steunde. Friedel Baruch (mijn latere oudoom) leidde die groep in Nederland; hij was onder andere betrokken bij het ondervragen van Joodse vluchtelingen: sommigen deden alleen maar of ze communist waren om met behulp van de Roode Hulp Duitsland te ontvluchten.  Er was wel discussie of de Roode Hulp de juiste instantie was om Heinz te helpen of dat hij het beter bij een Joodse organisatie kon proberen.

Hoe dan ook; hij zat ongeveer een jaar in Rotterdam op de Gedempte Botersloot voordat hij verder kon vluchten (tegenwoordig zou men zeggen: migreren) naar Engeland. Daar werd hij opgevangen (maar je zou ook kunnen zeggen: “gevangen gezet”) in het Kitchener Camp waar vluchtelingen uit Duitsland verbleven. Dit kamp was opgezet en gefinancierd door de Engelse Joodse gemeenschap. Na het uitbreken van de Tweede wereldoorlog werd dit kamp opgeheven en een groot gedeelte van de vluchtelingen (“migranten”) werd in kampen geïnterneerd omdat het als gevaarlijk werd beschouwd dat Duitsers (ook al waren het vluchtelingen) in de buurt waren. Heinz Weinberg zat geïnterneerd in Schotland. In een kamp met andere vluchtelingen uit Duitsland.

Heinz Walter Weinberg veranderde zijn naam in Henry Young, en deed alles wat een jonge man van midden 20 deed, met als gevolg dat er (in ieder geval) twee vrouwen zwanger van hem raakten: één was Johanna Baruch, de zus van voornoemde Friedel, die, naar later bleek, terecht, de ergste vermoedens had over wat er met de rest van haar familie zou gebeuren. Johanna en haar dochter Penelope vertrokken in 1946 naar Nederland, waar zij zich in Lochem vestigden. De andere was Ruth Laupheimer uit Ulm.

Henry Young nam dienst bij de Pioneer Corps (het enige onderdeel van het Engelse leger waar vreemdelingen uit vijandelijke landen mochten dienen) en was als kok onderdeel van de British Expeditionary Force en speelde zo een culinaire rol bij de bevrijding van Europa. Zo kwam hij als korporaal weer in Duitsland terecht. Hij heeft nog geprobeerd zijn moeder, Maria, die in Teresienstadt gezeten had en in 1946 uit een displaced persons camp in Deggendorf kwam en in Iserlohn woonde, naar Engeland te halen, maar dat is niet gelukt. Maria pleegde in Iserlohn zelfmoord. Ik heb notities waaruit blijkt dat ze elkaar proberen hebben te ontmoeten, maar ik weet niet of dat gelukt is.

Terug in Londen in 1946 kon Henry op zijn 31e beginnen met leven. Hij verkocht van deur tot deur waspoeder en leerde zo iets van hoe wasserettes werkten. Na een aantal jaren kocht hij een eigen wasserette, knapte die op, verkocht die, kocht een nieuwe wasserette, knapte die op, kocht een tweede wasserette, later een derde en kon zo in het levensonderhoud van zijn 3 dochters en zoon in Engeland voorzien. Daarnaast onderhield hij zijn schoonmoeder, zijn zus en diens dochter. Als er wat over was, maakte hij iets over naar zijn dochter in Lochem. Maar hij zag haar niet: pas in 1960 ontmoette mijn moeder (want dat werd ze, later) haar vader voor het eerst.

Henry Young overleed op 14 september 1988 in Londen. Hij had in ieder geval 5 kinderen. Er zijn 12 kleinkinderen en 16 achterkleinkinderen. Product van de Eerste Wereldoorlog en bijna vermalen door de Tweede is zijn aandenken ons tot zegen. Zijn doorzettingsvermogen tot inspiratie.

Het kleine verraad op grond waarvan hij vastgezet wordt, is een waarschuwing aan volgende generaties dat acties gevolgen kunnen hebben. En zo’n domme fout van de Volkskrant een teken van de onzorgvuldigheid van kranten die wel vaker bijna, een beetje of soms grotendeels gelijk hebben, maar onzorgvuldig blijven. En het verhaal van vluchtelingen iets van elke generatie.

Reacties (1) Reageer

  1. Wow Robert

    Wat een mooi persoonlijk verhaal

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.