Verdeeld verleden

Vandaag stond een groot stuk over verdeeld verleden, gedeelde toekomst in de Volkskrant. Vaak is het zo dat standpunten en nieuwtjes via nieuwsbrieven of andere partij-media worden gedeeld, maar vandaag werden we middels de Volkskrant op de hoogte gebracht van de mededeling dat het Partijbestuur een standpunt heeft geformuleerd over integratie. Het is goed dat die poging ondernomen wordt, maar ik weet niet of deze resolutie de eindstreep gaat halen. Ik heb zelf nog geen uitgebreide analyse gemaakt van het stuk, maar er staan wel een paar dingen in die me opvallen. Het levert natuurlijk wel overal -vaak voorspelbaar- nieuws op.

De PvdA is altijd goed geweest in het maken van analyses. Soms zelfs zo goed dat er na de analyse niets volgde. In dit stuk is het precies andersom: er wordt geen analyse gemaakt. Er worden wat fenomenen genoemd (die we allemaal kennen, maar waarvan je toch zou verwachten dat er een diepere politieke onderbouwing bij genoemd wordt), en vervolgens conclusies aan verbonden. Bij een nader onderzoek, of diepere analyse, zou wel eens een andere oplossingsrichting gevonden kunnen worden. Een voorbeeld is de criminaliteit. Er wordt -terecht- stilgestaan bij het feit dat er sprake is van oververtegenwoordiging van allochtonen in criminaliteit. Wat echt een enorme omissie is, in dit stuk, is dat geen analyse gemaakt wordt van hoe dat nou mogelijk is. Een mogelijke bevinding zou kunnen zijn dat mensen uit bepaalde wijken, of mensen met bepaalde opleiding, of mensen met bepaalde inkomens oververtegenwoordigd zijn in criminaliteit. En dan zou je best eens tot de conclusie kunnen komen dat dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn in die wijken, opleidingen en inkomens. En dat zou zo maar eens kunnen leiden tot de wat klassieke sociaal-democratische gedachte dat het juist de sociaal-economische werkelijkheid bepalend is voor deelname aan criminele vereniging, en dat afkomst maar een afgeleide rol speelt.

Niet zozeer als analyse, maar meer als losse opmerking staat ergens: onder de netto-betalers van solidariteit zijn autochtonen oververtegenwoordigd, onder de netto-ontvangers allochtonen. Dat pijnlijke gegeven legt de bijl aan de wortel van de door ons zo gekoesterde solidariteit.  Op zich klopt dat. Ik wil graag weten hoe dat komt. Bizar is het anti-grondwettelijke voorstel dat het partijbestuur doet: Tegen deze achtergrond is de PvdA voorstander van het beperken van de toegang tot sociale zekerheid voor migranten die zo kort in Nederland verblijven dat ze weinig tot niets hebben bijgedragen aan onze sociale zekerheid. Niet alleen in strijd met artikel 1 van de grondwet, (immers: waarom alleen déze mensen die “weinig tot niets hebben bijgedragen, en niet bijvoorbeeld studenten?), met de beginselen van de Sociaal-democratische logica (immers, andersom geredeneerd; wat te doen met mensen die wél hebben bijdragen maar geen toegang nodig hebben tot sociale zekerheid: hoeven die dan niet meer te betalen?) en met de wettelijke mogelijkheden tot uitvoering: wat moet je bijvoorbeeld doen met iemand die echt de intentie had om te komen om te werken, maar op de eerste dag een arm breekt.

Heel bizar is de schuld die gelegd wordt voor het feit dat er nu nog geen breed gedragen en successvolle politieke agenda is voor integratie: de mogelijkheden daartoe worden beperkt door criminaliteit en overlast, door onafgeronde discussies over moslimmannen die vrouwen de hand weigeren te schudden door trammelant over burka’s en aparte inburgeringscursussen voor mannen en vrouwen. Kortom: niet alleen de criminaliteit is de schuld van de buitenlanders, maar nu houden die vermalijde vreemdelingen ook nog eens een succesvolle politieke agenda tegen!

Het non-item Burka komt weer eens aan de orde. Het is vooral een non-item omdat er nauwelijks burka-draagsters zijn in Nederland. Het zou ook geen item moeten zijn, omdat alleen in totalitaire samenlevingen de overheid bepaalt wat iemand wél of niet mag dragen. Binnen de grenzen van de wet, natuurlijk. Normen voor intermenselijk verkeer worden door mensen zélf vastgelegd en bediscussieerd. Net zo min als je kan praten met iemand met een donkere zonnebril of een integraalhelm, is dat mogelijk met iemand in burka.  Het is dan ook terecht dat op scholen verlangd wordt dat de leerlingen zichtbaar zijn. Tot zover ben ik het eens met de schrijvers. Maar als ze zeggen daarom willen wij met iedereen in de samenleving, liefst en allereerst met burka-draagsters zelf, het debat hierover voeren  zakt mijn broek weer af; óf je zegt dat gezichtsbedekking niet gewenst is en geeft scholen de mogelijkheid daar wat aan te doen, óf niet, maar het debat over de burka is nutteloos, tendentieus en incriminerend.

Met minimaal één stelling ben ik het zonder meer eens: De motor achter het integratiebeleid is een effectieve publieke sector. Onderwijs en werk zijn de werkelijke emancipatiemachines. Schooluitval, werkloosheid en criminaliteit zijn voor een groot deel terug te voeren op taal- of opleidingsachterstand bij de start van de basisschool en op een gebrekkige opvoeding thuis. Opleiding, werk en een goed functionerende overheid (waarbij inbegrepen het politie- en justitie-apparaat) zijn voorwaarden voor emancipatie.

In het stuk wordt verwezen naar het eerste beginselprogramma van de PvdA, uit 1947: “In haar eerste beginselprogramma van 1947 erkende de Partij van de Arbeid het verband tussen religie, de wijze waarop mensen hun leven vorm geven en hoe zij zich in het politiek en publieke debat mengen.” Voor de aardigheid heb ik opgezocht wat er over staat:  De betreffende artikelen zijn té mooi om niet in hun geheel te citeren:

32. De Partij acht zich mede verantwoordelijk voor de ontplooiing van de intellectuele, zedelijke en
geestelijke krachten van het gehele Nederlandse volk. Daarom voert zij een actieve cultuurpolitiek,
o.a. voor: gelijkheid van sociale ontwikkelingskansen; een stelsel van onderwijs en opvoeding, gericht op ontwikkeling van karakter en persoonlijkheid van de opgroeiende mens, aansluitende aan de eisen der maatschappij en gedragen door de verantwoordelijkheid zowel voor de geestelijke rijkdommen uit het verleden als voor de toekomst van een volk in de wereld; erkenning van de fundamentele betekenis van levensbeschouwing en geloofsovertuiging voor opvoeding en onderwijs, gelijkheid voor het openbaar en het bijzonder onderwijs; erkenning van de opvoedkundige en nationale betekenis der jeugdbeweging; erkenning van de noodzakelijkheid van bestrijding van het alcoholisme.

33. De overheid is geroepen het geestelijk leven van het volk te beschermen en te bevorderen. Zij is daarbij gehouden de verdraagzaamheid te betrachten, de geestelijke vrijheid te eerbiedigen enrekening te houden met de verscheidenheid van levensovertuiging.

34. Aan de kerken wordt de vrijheid gewaarborgd hun roeping te vervullen, zowel met betrekking tot de verkondiging van hun boodschap als ten aanzien van hun dienstbetoon aan de wereld. Erkend wordt, dat de kerken het tot hun taak kunnen rekenen, ter wille van het geestelijk en zedelijk heil van het volk, hun woord te spreken met betrekking tot het staatkundig en maatschappelijk leven.

35. De Partij staat open voor personen van zeer verschillende levensovertuiging, die instemmen met haar beginselprogram. Zij erkent het innig verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden, als zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen blijken. Zij verwerpt echter principieel, en voor de tegenwoordige verhoudingen in Nederland ook praktisch, de organisatie van het politieke partijleven op de grondslag van een godsdienstige belijdenis (antithese).

Het stuk is erg geschreven vanuit een “wij-zij”-optiek. Dat geeft meteen al een onjuiste smaak af, maar leidt ook nog eens tot verdere omissies: er wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept over artikel 34 van het eerste partijprogramma: de maatschappelijke rol van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Ik heb daar zelf laatst wat over gezegd in The Economist. En voor de website van The Economist ben ik wat uitgebreider geinterviewd. Ik ga daar in op de rol die zelf-en migrantenorganisaties kunnen spelen bij integratie.

Integratie verloopt in fasen, en de integratie van migranten in Nederland is daar geen uitzondering op. De eerste migrantenorganisaties waren er om hun achterbannen te helpen overleven. Pas later kwam belangenbehartiging en maatschappelijke participatie op de agenda. Je ziet nu dat mensen met een migranten-achtergrond “gewone” functies innemen, en dat de migrantenorganisaties zich steeds meer met maatschappelijke thema’s gaan bezighouden. Vanuit dat oogpunt is het dan ook logisch dat er discussies ontstaan over de maatschappelijke rol van de instituties van migranten. Eenvoudig gezegd: twintig, dertig jaar geleden waren deze instituties onzichtbaar; nu ze een maatschappelijke rol krijgen, worden ze een “item”. En krijg je dit soort conflicten. Zoals mijn vriend Hub van Wersch wel eens zei: dit zijn de barensweeën van de multiculturele samenleving.

Reacties (3) Reageer

  1. Het gaat alweer over bepaalde bevolkingsgroepen en niet over alle buitenlanders. Kortzichtig en populistisch. Lees wat we als nette hoogopgeleiden buitenlanders ervan vinden (Het Parool) http://www.cheznatasha.nl/images/parool1.jpg (en dan 2, 3 en 4.jpg). Ik wacht heel graag op antwoord van de politiek.

  2. Het partijbestuur van de PvdA lijkt erop uit om met veel vlagvertoon aan de weglopende kiezer te bewijzen dat de sociaal-demcraten een prima alternatief zijn naast Wilders en Verdonk. Dus wordt er over boerka’s gepraat, terwijl er nauwelijks boerka’s in Nederland rondlopen. Dat is symboolpolitiek, bedoeld om latente racisten te bedienen. Fijne leiding heeft de PvdA dus blijkbaar.

    Partijvoorzitter Lilianne Ploumen maakt het nog bonter. “Om Nederlander te worden moet je je oude nationaliteit in principe opgeven”, zegt ze vandaag in de Volkskrant. Dat is een schandalig standpunt, dat oneigenlijke, ja zelfs ongrondwettelijke eisen stelt aan mensen. Met een dubbele nationaliteit is niks mis. Het idee dat je mensen ‘Nederlandser’ maakt door ze te dwingen afstand te nemen van hun oorspronkelijke nationaliteit, past in het gedachtengoed van racisten als Geert Wilders, niet in dat van een decente partij als de PvdA.

    Dit is paniekvoetbal, waarmee de PvdA eerder zijn vaste achterban van zich vervreemdt dan nieuwe kiezers binnenhaalt. Zeker als twee belangrijke kopstukken zelf met een dubbel paspoort in de politiek actief zijn. Rechts lullen en links doen, daar trapt niemand in. De PvdA zou er goed aan doen om zijn eigen idealen weer in ere te herstellen, in plaats van dit soort holle Verdonk-retoriek.

  3. Arie de Jong

    Robbert,
    ik heb met genoegen jouw bevindingen gelezen over de notitie van het PB die de vermomming blijkt van een heuse congresresolutie. Het rare van die notitie is dat je er mee kunt weglopen (want het is een evenwichtige tekst, als totaal), of hem kunt beschimpen (oppervlakkig en iedereen kan er ook passages in vinden die eufemistisch gezegd beter kunnen). Misschien kun je helpen hem te amenderen, want helemaal van tafel schuiven gaat toch niet.
    Idee, want je hebt nu wat tijd: waarom bied je niet aan om een conferentie over die notitie te organiseren of zoiets: bel Lilianne Ploumen of haar assistent eens op.
    En werk je aantekeningen om tot een artikel, ook niet weg.

Reageer op Arie de Jong Reactie annuleren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.