Verkwasting en verkwisting.

Eén van de aardige dingen van de Nederlandse politiek is dat er een krachtige traditie is van collectieve verantwoordelijkheid. De overheid is er voor iedereen, en iedereen draagt zijn of haar steentje bij. Daar hoort bij dat ook “de overheid” zich als een collectief opstelt. Voor de inwoners is er maar één overheid: “de” overheid.

De laatste jaren is daar verandering in gekomen. Uit een berijpelijke drang om de “kloof” te verkleinen en bestuur meer zichtbaar en meer persoonlijk te maken is de collectieve verantwoordelijkheid van veel besturen verminderd. Bestuurders buitelen over elkaar heen met zichtbare en daadkrachtige oplossingen (daarbij impliciet de boodschap meegevend dat a) het zonder hen niets was en b) als je geen vriend van ze wordt, je niets voor elkaar krijgt. En als je niet uitkijkt c) de rest van de wereld loopt maar wat te klootviolen.

En: alles moet persoonlijk gemaakt worden. “Mijn ministerie”, “mijn ambtenaren”, “mijn beleid” zijn veel gehoorde termen op het binnenhof. Laatst zag ik een brief van het Ministerie van Financiën, waar waar 55 keer het woord “ik” in voorkomt, één keer het woord “ministerie” (namelijk “mijn ministerie”, één keer het woord “kabinet”(“kabinetsvisie”), nul keer het woord “regering” en één keer het woord “ons” anders dan in “ons kenmerk”.

“Problemen verdwijnen waar bestuurders verschijnen”, grapte ik met Bart Tromp z”l.Tragischerwijs wordt het cynisme van deze uitspraak vaak misbegrepen. Helemaal tragisch wordt het als mensen gaan geloven in hun eigen briljantie en onfeilbaarheid, en zich mee laten slepen door de goedbedoelende adviseurs met hun projectjes, posters, tours en glossy’s. Arme Gerda Verburg, dus; ze deed helemaal mee met deze onzin, en zelf op een meer creatieve manier dan sommige andere bestuurders van het nieuwe soort. In de kamer werd ze volledig gemangeld. Excuses kwamen er niet over haar lippen, maar wel het inmiddels grijsgedraaide moderne equivalent “met de kennis en de inzichten van nu zou ik het allemaal anders gedaan hebben”.

Maar er is nog een reden om medelijden met haar te hebben: bestuurders hebben veel vrienden, en worden meestal omringd met mensen die ze gelijk geven. Critici worden gezien als “de tegenstander” of erger: “de vijand”. Maar op een dag ben je ex-bestuurder. Dan is je agenda leeg, je status weg, en heb je nog een paar weken waarin je je “oud-” kan noemen, maar daarna wordt het pathetisch. Je wordt niet meer omgringd door de gelijkgevers, kruipers, buigers en tas- en slipdragers, en mensen lachen niet meer automatisch om je mopjes. Kortom: van “bestuurder” word je weer “mens”.

Louterend!

ommunitarisme

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.