Zwichten kent vele gezichten.

Eén van de aardige verhalen die ik wel eens vertel over mijn tijd in Feijenoord is het volgende: na de oplevering van het Afrikaanderplein hadden we met de omwonenden afgesproken dat er geen auto’s geparkeerd zouden worden. Het gaf teveel onrust, het kan makkelijk een zootje worden, en omdat er allemaal paaltjes en hekjes en zo staan, is de kans op beschadigingen groot. Toen de naburige moskee naar me toekwam met het voorstel om daar auto’s te laten parkeren, heb ik dat verzoek dan ook afgewezen. Toen er steviger argumenten werden gebruikt (overigens niet door het moskeebestuur zelf) die potentieel ook mijn politieke en persoonlijke toekomst raakten, motiveerde me dat niet extra om aan de wensen van de Moskee tegemoet te komen. Ook door anderen werd flinke druk uitgeoefend, en daarover gaat de anekdote; ik was met mijn gezin onderweg naar Bordeaux, en nog voor Antwerpen werd ik gebeld met het verzoek akkoord te gaan met de ontheffing op het parkeerverbod. Een stevig gesprek volgde. Pas na Parijs zei de stem aan de andere kant van de lijn “en als je het niet doet, ben je gewoon een (…)”, en verbrak de verbinding, waarop direct een stemmetje van de achterbank zei “waarom zegt die mijnheer dat, papa?”.

Uiteindelijk zijn we onder strikte voorwaarden akkoord gegaan met het verlenen van een ontheffing. Die voorwaarden bestonden eruit dat er mensen zouden helpen bij het parkeren en uitrijden, en dat een beperkt aantal dagen per jaar alle bewoners gebruik konden maken van het Afrikaanderplein als parkeerplaats. Naar mijn idee waren we niet gezwicht, maar hebben we naar een haalbaar compromis gezocht. En het gevonden. 

Het clientelisme in Feijenoord bestond al voor mijn tijd, en na mijn tijd daar zal het ongetwijfeld door zijn gegaan. De reden dat ik vanuit Den Haag naar Rotterdam kwam had er mee te maken: de toenmalige fractievoorzitter en afdelingsvoorzitter wilden graag een PvdA-er die juist niet één van de geeigende clubjes kwam, en een “neutraal” iemand die de subsidies van de bewonersorganisaties kon rationaliseren. Ook mijn afscheid had ermee te maken; na een aanbesteding van het opbouwwerk kwam een voor bepaalde groepen ongewenste partij als de winnaar uit de bus.

Het is alleen maar goed dat Turkse of andere organisaties opkomen voor hun achterban. Dat politici betrokken zijn bij de organisaties en de achterban is ook goed. Ik denk dat dat zelfs te weinig gebeurt. Maar het mag nooit leiden tot het bevoordelen van bepaalde mensen, groepen mensen of organisaties. Belangrijker dan het nemen van beslissingen en het toekennen van subsidies is het in stand houden van de politiek. Door nepotisme en clientelisme wordt de politiek juist uitgehold.

Nu wordt om een onderzoek gevraagd. Een rekenkameronderzoek door de lokale partij, en een enquete door de SP.  Op zich goed om feiten boven water te krijgen, maar het gaat hier bij uitstek om zaken die minder makkelijk te onderzoeken zijn: wat is de politieke cultuur, en wat gebeurt er in de achterkamertjes? Door de aandacht die er nu voor deze zaak is, hoop ik dat bestuurders en politici in heel Nederland zich zullen bedenken alvorens bepaalde groepen mensen te bevoordelen. 

Maar dat dat zich alleen voordoet bij Turkse organisaties en politici is onjuist, en dat alle Turkse organisaties en politici zo werken is al even onwaar. Zeker in Feijenoord niet.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.