Lang leve Het Zusje

Het verhaal over één van mijn eerste politieke leermeesters, het toenmalig Leidse gemeenteraadslid voor de CPN heb ik vaak verteld. Het was 1984 en er was ruzie in de Leidse Raad: moesten er nieuwe hockeyvelden van kunstgras komen op Roomburg of niet? De PvdA was verdeeld, maar verder waren de kaarten geschud: links was tegen want hockey was een elitesport, en rechts was voor want hockey was een elitesport. Tot een ieders verrassing koos de CPN de kant van rechts. Het kwam Jan Brands op veel kritiek te staan. Ook binnen de CPN, en ook van mij, want ik was toen lid van de CPN.

Maar Jan zei iets opmerkelijks. Hij geloofde heilig in de overwinning van het proletariaat en de daaropvolgende komst van de socialistische heilstaat en legde me uit dat binnenkort het land er helemaal anders uit zou zien en dat dan gewone arbeiderskinderen toch ook op mooie velden moesten kunnen sporten. En inderdaad: een paar decennia later is hockey geen elitesport meer, en hockeyen ook Leidse arbeiderskinderen op de sportvelden.

Een ander verhaal: er was eens een rijke beurshandelaar die zijn boomgaard aan het snoeien was. Alle takken en bladeren die hij niet meer nodig had, verwijderde hij van zijn tuin en gooide hij over de muur op straat. Een oude man keek ernaar en vroeg aan de rijke beurshandelaar  “waarom maak je zo’n rommel op je eigen terrein?” De beurshandelaar verklaarde de oude man voor gek en sloeg geen acht op hem, maar toen het jaar daarop de beurs in elkaar gestort was en de beurshandelaar al zijn geld en eigendommen was kwijtgeraakt en toevallig over dezelfde straat liep, realiseerde hij zich dat zijn boomgaard en prachtige buitenhuis maar tijdelijk zijn eigendom waren, en de straat, het publieke domein, voor altijd.

De vraag is: van wie is de buitenruimte? Ik verbaas me erover dat ook in de keurige buurt waar ik woon nogal wat mensen hun troep niet even terug mee naar huis nemen, als de ondergrondse vuilcontainer vol is, maar hun troep er gewoon naastkwakken. Ik vraag me dan af “wie denken die mensen dat hier wonen?”, en “vinden deze mensen niet dat deze ruimte van hen is, en dat ze hun eigen terrein bevuilen?”. Ik verbaas me erover en word er, eerlijk gezegd, ook een beetje verdrietig van. Dan woon je in één van de mooiste buurten van Nederland, en dan maak je er zo’n zooitje van. Ik maak me er ook wel eens boos over. Bijvoorbeeld dat er -nog steeds- een hek om het Afrikaanderpark staat zodat ’s avonds noch op marktdagen de Rotterdammers gebruik kunnen maken van één van de duurste stukjes gecultiveerder grond van Nederland. Of over de straatnamen in de Afrikaanderwijk. Maar daar heb ik nou wel genoeg over gezegd.

De buitenruimte is van iedereen. En iedereen is er dus een beetje verantwoordelijk voor, en dus moet iedereen er een beetje van kunnen genieten. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen ook het gevoel hebben dat de buitenruimte hun eigendom is? De Joodse wet geeft daar een interessant antwoord op, en daar geef ik binnenkort een lezing over. Maar dit terzijde.

Een Haagse kunstenaresse heeft er een mooie visie op. Overal in Den Haag hangen stickers met haar jeugdportret. En dat leidt tot nogal verschillende reacties. Sommige mensen worden er woedend van en halen de stickers weg of beschadigen ze. Sommige mensen maken er verbaasde foto’s van of vragen zich af wat of wie erachter zit. Het is gewoon best een Haags fenomeen aan het worden dat mensen aan het denken zet. En dat is de bedoeling van kunst.

Ik vind het fantastisch, maar ook om een andere reden. Met de honderden foto’s laat Het Zusje zien dat ze er is, dat Den Haag van haar is, en dat zij van Den Haag is. En nou niet zeggen dat Het Zusje er óók een rommeltje van maakt door overal haar stickers te plakken want ja, dat is waar. Maar het wel gaaf. Eigenaar worden van je eigen stad. Je moet het maar durven.

Zie verder haar instagramaccount.

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.