Ik heb getwijfeld over België

Het is makkelijk om meewarig naar onze zuiderburen te kijken. Het aandoenlijke taaltje, de onverzorgde wegen, de trieste staat van het Waalse platteland waar men de kinderen nog authentiek met de hand mishandeld. Het fritkot, Eddy Wally en een Bakske vol met Stro. Het is allemaal even goedbedoeld en knullig. Het lijkt erop alsof buiten de tradionele winnaar van iedere taalquiz en Kabouter Wesly niets goeds uit dat voormalig stukje Nederland komt. We hadden net zo goed thuis kunnen blijven tussen 2 en 12 augustus 1831, want van onze rebellerende aanhangers van het Koningshuis van Saxen Coburg hebben we te vrezen noch te leren.

En gelachen dat we hebben om het feit dat de formatie van een federale regering (die hebben wij niet eens!) al sinds juni 2010 duurt! Het bewijst maar weer eens hoe superieur wij zijn aan dat volk waar men elkaar niet eens kan verstaan.

Maar toch: wie goed kijkt ziet dat ze het nog niet eens zo slecht doen. Een aantal zaken pakken ze toch behoorlijk goed aan.

Ten eerste is het Belgische politieke landschap veel complexer dan het Nederlandse. Niet alleen door de taalgevoeligheden, maar ook door het feit dat het land is opgedeeld in vier taalgebieden en zes gemeenschappen en gewesten. Dat is nog eens andere koek dan onze provincies waarvan het belang de afgelopen jaren sterk is teruggelopen. Een Belgische regering moet een balans zien te vinden met de sterke regionale parlementen. Die regionale parlementen gaan onder andere over zaken als gezondheidszorg en ruimtelijke ordening, dus een goede taakafbakening is complexer en belangrijker dan in Nederland.

Ten tweede moest een groot ei gelegd worden: een staatshervorming waarvan de consequenties enorm zijn.  In plaats van de kaasschaaf over verschillende beleidsterreinen te leggen, zoals in Nederland gebeurt, gaat in Belgie de totale financiele systematiek op zijn kop.

Ten derde zijn er weliswaar grote verschillen tussen de zes aan de regering deelnemende partijen, maar is er een breed consensus dat men partijen waarvan men principiele bezwaren heeft tegen de uitgangspunten, niet deel laat nemen aan een regering. Ook niet in een gedoogconstructie.

En dan, ten vierde: de politici. Ik had zelf het grote genoegen aanwezig te zijn bij een lezing van Johan Vanden Lanotte. Ach, wat een man. Een sociaal-democratisch geluid om trots van te worden. Over zijn eigen achtergrond zonder te vervallen in de beroemde sketch van Mont Python over de “four yorkshiremen”, over zijn politieke daden zonder opklopperij, maar duidelijk makend wat de politieke portée ervan was, en over zijn politieke ideeën waaruit bleek dat hij geloofde in die keurige, ietwat burgerlijke, op gemeenschapszin berustende sociaal-democratie waar we allemaal zo’n heimwee naar hebben. En zo’n Di Rupio. Ik versta geen letter van wat hij zegt, maar hij krijgt het toch maar voor elkaar. 

Binnen zo’n complexe omgeving, zulke slagen maken, en zulke mensen betrekken bij de regering: het zou best kunnen dat België nog eens een groot voorbeeld voor ons kan worden.

Reacties (2) Reageer

  1. Tsss.. wat is er mis met Monty Python!!!
    🙂

Reageren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.